van ‘ranzige’ restjes tot feestmaal

Het jaar loopt bijna op zijn eind. De periode rond Kerst en Oud en Nieuw ervaar ik als een wat rommelige tijd. Een tijd van verjaardagen en feestdagen. Van terugblikken op wat geweest is. Een tijd van opruimen, administratie bijwerken, zorgverzekering bekijken. Genieten van samenzijn met familie en tegelijk verlangen naar rustmomenten. Behoefte aan ‘stil’ worden. Geen input meer van buiten. Restanten in mezelf opschonen om opgeruimd het nieuwe jaar tegemoet te treden. Zoiets.

Met betrekking tot restanten blijken ‘ranzige’ restjes als culinaire ingrediënten te dienen in gerechten. Ik ontdek een eigengemaakte groentebouillon gemaakt van groenteafval die ik normaal gesproken in de biobak deponeer. Het gaat hier om bijvoorbeeld het kontje van de courgette, een stukje paprika, ui, prei, wortel, (niet teveel) kool, tomaat etc. De bouillon vormt samen met kruiderijen en zout een goede en gezonde basis voor een lekkere (maaltijd)soep. Ik hergebruik hierbij zelf het kookvocht van rijst. Een klik op de link en alle details zijn te lezen op de website van Karin Luiten. Ik ben gek op haar recepten zonder pakjes en zakjes. Al ver voor die term bestond, kookte ik al zoveel mogelijk met verse ingrediënten. In mijn geval een noodzaak – ik heb een voedselallergie – die mij uiteindelijk tot creatieve kookhoogten bracht. Wat ik doe is alle ingrediënten op de pakjes en zakjes uitpluizen en deze vers in mijn eigen pannetjes husselen. Recepten lezen en aanpassen. Nieuwe dingen uitproberen. Vooral kruiden zijn op dit gebied onmisbaar. Koken is op deze manier voor mij een ontspannende bezigheid geworden waar ik echt van kan genieten.

Nog een smakelijke ontdekking is bananenijs. Het blijkt een recept te zijn afkomstig uit het boek ‘Eet goed’ van Johan Rockström e.a. ‘Verbeter de wereld, start in je eigen keuken!’ In zijn kookboek ‘Eet goed’ zijn gerechten te vinden die niet alleen duurzaam zijn, maar ook gezond en lekker. Laat dit nou aansluiten bij mijn zoektocht ‘wat-kan-ik-nog-doen-met-die-rijpe-ik-lust-hem-niet-meer-maar-weggooien-kan-altijd-nog-banaan’. Link aanklikken en starten maar. Wat erg lekker is, is een combinatie van zelfgemaakt bananenijs, blanke vla, beetje slagroom en wat schaafsel van chocolade(letters). In een handomdraai een heerlijk nagerecht op tafel die smaakt naar de bananensoes van de banketbakker. Bij toeval ontdekt door restjes bij elkaar te zoeken.

Sowieso een leuke manier van koken. Eerst kijken wat je wilt opmaken uit de voorraadkast, koelkast en/of vriezer. Zelf iets bedenken of recepten erbij zoeken en geheid iets anders op tafel zetten dan je normaal doet. En wat te denken van het nat van augurken? Dit is heel smaakvol in een dressing in bijvoorbeeld een witlofschotel. Een stukje verspilling terugdringen en resten omzetten in iets nieuws. Ook hier: de boel opschonen en opgeruimd het nieuwe jaar in. Een rommelig restje oudjaar zeg maar met een gouden randje.

te hooi en te g(r)as

Dat moment dat je wenst dat je kunt zeggen “dat hebben de kabouters gedaan”. Dat je lekker bezig bent met iets, terwijl de was de wasmand uitpuilt, de stof onder het bed begint rond te dwarrelen, het toilet roept om een schoonmaakbeurt, en de boodschappen die in huis gehaald moeten worden zich alleen maar opstapelen in je hoofd. Als ik denk aan die kabouters denk ik aan Rien Poortvliet die daar ooit prachtige boeken over gemaakt heeft. Het boek Te Hooi en te Gras is ook van zijn hand. Een boek over boeren, vee en boerderijen en zo meer. Zoals we de boeren nu niet meer zien werken, maar waar menigeen misschien toch wel stiekem een beetje heimwee naar heeft. Terug in de tijd van opa’s en opoe’s.

Zoals daar is de hooikist. Een houten kist gevuld met hooi en die gebruikt werd om voedsel, die eerst op temperatuur gebracht was, te laten garen zonder dat daar verder gas of electriciteit aan te pas kwam. In meer moderne tijden werd hier ook het bed voor gebruikt en werd een pan met eten in dekens gewikkeld. Om het uren later warm en kant en klaar te kunnen nuttigen. Ontdekken dat een gebruik van vroeger zó goed is, dat deze het waard is om in ere te herstellen.

Ik ga aan de slag. Mijn eigen hooikist maken. Ik heb weinig tijd en zoek snel een kartonnen doos, een fleece deken en oude kranten. Op de ochtend van de Tweede Kerstdag laat ik stoofpeertjes een half uur koken en stop vervolgens het pannetje lekker in. ’s Avonds zijn de peertjes prachtig rood en nog lekker warm. Het werkt! De dagen erna houd ik boerenkool en soep warm. Ik laat eigengemaakte citroenolie trekken. En ik maak mijn eigen groentebouillon van opgespaarde restjes groente. Dat alles in de geïmproviseerde hooikist. Magisch vind ik het.

Groningers weten als geen ander dat de gasvoorraad niet onuitputtelijk is. Ik probeer te hooi en te gras alternatieven uit die voor mij werken op het gebied van ‘lief zijn voor de natuur’. En zo doet een oude kartonnen doos – van ooit een kerstpakket – dienst als de beste bezuiniging op gas ooit. Dat geeft, niet alleen met de kerstdagen maar het hele jaar door, een zeer feestelijk gevoel. Tegelijk een bezuiniging in tijd trouwens, want ik heb er geen omkijken meer naar. Dit moment. Mijn wens. Zeg maar een oude kabouter die het werk doet, maar dan in het jasje van 2020.

Op ‘hooikistavontuur’ kom ik in december een filmpje tegen over De Hooimadam. Het lijkt me leuk om zoiets zelf te gaan maken met mijn eigen stofjes en schapenwol van de Groninger stadskudde. Mijn buur(t)man brengt mij de afgelopen week zomaar spontaan een kersvers exemplaar omdat bij hem alleen de katten erin liggen en “wie weet kan jij er wat mee”. Op een verjaardag, gister nog, vertelt iemand over De Hooimadam. Drie maal recht is scheepsrecht. De kerstdozen kunnen weer op zolder. De Hooimadam, daar moet ik zeker wat mee…