gebeurd met de geur

Deodorant. Wat te doen met deodorant? Ik denk de ideale vervanger gevonden te hebben voor frisse en ademende oksels: een blokje aluin. Verpakt in een kartonnetje, goedkoop, reukloos, geen vlekken. Ik moet er wel even aan wennen, maar het resultaat mag er wezen… Totdat ik iemand spreek, die mij uitgebreid vertelt over het gevaar van aluminium in deodorants. De woorden dementie, kanker, hormoonverstoring en onderzoek vallen en hij wijst mij erop dat een blokje aluin puur aluminium is. Ik krijg ter plekke even een Anton Dingeman-momentje (Pieter Geenen/Trouw):

Wat is nog goed en wat niet? Een collega van mij vertelt dat ze nooit deodorant gebruikt. Op dat moment, helemaal klaar met de rotzooi die in verzorgingsprodukten gestopt wordt met mogelijke effecten op de gezondheid, besluit ik het ook maar te proberen. Geen deodorant meer. Ik ben tenslotte niet iemand die overmatig transpireert. Alleen op een aantal spannende dagen gebruik ik in het begin toch nog mijn blokje aluin. En verrassend genoeg gaat het eigenlijk best goed. Meer dan goed zelfs. Heb ik me al die jaren die deo gewoon aan laten praten? En is het misschien wel veel gezonder en natuurlijker om de poriën niet dicht te smeren of te spuiten? De afgelopen maand heb ik niet één keer ook maar iets onder mijn oksels gebruikt. Tijdens een warm moment doe ik wat vloeibare zeep op een nat w.c. papiertje, kleddertje onder de armen, even laten drogen, weer fris en fruitig. Nu is het momenteel zomer en makkelijk om te doen. Ik ben benieuwd hoe dit in de winter gaat en of ik de deodorant definitief aan de kant zet. De DIY deodorants lokken mij niet echt aan. Of te irriterend voor de huid, of te vettig zodat er vlekken in de kleding kunnen komen. Bij Lush (alweer) zijn er verpakkingsvrije deodorants op natuurlijke basis verkrijgbaar. Hier ligt nog een kans voor dagen waarop ik toch graag wat wil gebruiken (het lijkt wel een verslaving). De plastic sticks en de aluminium spuitbussen komen er wat mij betreft in ieder geval niet meer in. De aluin gebruik ik alleen nog waarvoor ik het oorspronkelijk gekocht heb: als beitsmiddel om wol te verven.

stick to the plan(k)

Wat staat er nog meer op de plank? Van glas met plastic deksel: een potje anti-rimpel dagcrème (nee, het helpt niet en ja, het voelt wel fijn). Van plastic: een fles shampoo, een fles conditioner en een fles bodymilk. Een bezoekje aan Lush (begin mei) brengt uitkomst. Elk produkt blijkt vervangbaar door een zogeheten bar en in het laatste geval een stick.

€14,95 €9,50 €9,95 €9,95

De produkten zijn niet echt goedkoop te noemen. Ik besluit ze mee te nemen en te onderzoeken hoe lang ik er mee doe. De fles shampoo was het eerst leeg en ik ben erg benieuwd naar de shampoo bar. Een aai over de bol (ik heb kort haar) met de bar en het schuimt als een dolle. Ik ben verrast. Bij lang haar, dan voldoet een streep of 6/7 aldus dochter. Het ruikt lekker, en het is een eerlijk produkt. Check. Vanaf 19 juni in gebruik. De vervanger van de dagcrème is een op jojoba-olie gebaseerd produkt. Als een indiaan in strepen over het gezicht strijken en een beetje uitvegen. Heerlijk zacht, lekkere geur, ik ben tevreden. Check. De fles conditioner is nog niet leeg, en de voorraad (ja,ja) nog niet op. Wordt vervolgd. Hetzelfde geldt voor de bodymilk. Dochter gebruikt de stick voor de ruwe handen en ik, toch nieuwsgierig, smeer mijn benen er mee in. Het is een stick op basis van cacaoboter, je hoeft er niet veel van te gebruiken en trekt vrij snel in de huid. In gebruik sinds 5 mei. Check.

Gezien in Lush: Op naar de ultieme badkamerplank

DIY: schaven, koken, vullen

Als ik geen navulflessen vloeibare handzeep meer wil kopen, wat is dan het alternatief? Een zeepje op de wastafel geeft zo’n smurrie. Ik ben wel verknocht aan het pompje, want hygiënisch, handig in gebruik. En dus struin ik het internet af naar recepten voor vloeibare zeep. Die zijn er in ruime mate te vinden. Ik schaaf een zeepje die ik nog heb, strooi dit in het kokende water en roer af en toe in het heerlijk ruikende sopje. Verhouding: 40 gram in 1 liter water. Af laten koelen en, even geduld a.u.b., na een uurtje of 8 in het pompje gieten. Het is te eenvoudig voor woorden.

Wat ik merk is dat ik nog zoekende ben naar de juiste verhoudingen. De zeep is nog te vloeibaar waardoor het iets te enthousiast de wereld in sproeit. Als het na 8 uur nog niet dik genoeg is, laat ik het geheel nog wat koken in een pan zonder deksel zodat het wat kan indikken. De ruimte wordt gevuld met een heerlijke zeeplucht. Voortaan begin ik met iets minder water 500/750 ml water op 40/50 gram zeep.

Het blijft nog een beetje experimenteren, spelen met zeepjes en water, hoe leuk kan het zijn? Het belangrijkste voor mij op dit moment is dat het werkt. Dat ook deze plastic flessen geskipt kunnen worden. De laatste navulfles die ik nog heb vul ik nu met eigengemaakte vloeibare handzeep. Wat ik daarbij nog bedenk is dat je deze vloeibare zeep natuurlijk ook prima onder de douche kunt gebruiken voor bijvoorbeeld na het sporten. Een lege fles daarvan bewaren en vullen. Twee voor de prijs van één zeepje.

het begint met één zeepje

Wat ik doe is niet nieuw. Zo oud als de weg naar Rome zelfs. Daarbij zijn er ontzettend veel initiatieven om te werken aan een wereld waar de mens en de natuur voorop staan. Door mijn leven heen heb ik steeds geprobeerd zoveel mogelijk materiaal opnieuw te gebruiken. Geen wereldschokkende dingen. Ik bracht spulletjes naar de kleuterschool, waarvan de prachtigste creaties gemaakt werden. Nam zelf extra plastic tassen in mijn rugzak mee. Heb een zolder vol materiaal waar van alles mee valt te creëren. Maar hoewel ik zelf creatief ben, is er tegen al dat plastic wat binnenkomt niet op te werken. En belandt er ook veel in de vuilcontainer. Het staat me steeds meer tegen. Ik wil het niet meer. Vooral het plastic wat onnodig in het dagelijks leven is binnengeslopen… Ik besluit er mee te stoppen. Te beginnen in de badkamer. Mijn voorwaarde is wel dat het leuk moet zijn en betaalbaar. Want ik wil het wel vol kunnen houden.

En zo begin ik met een zeepje. Een leuke, zelfgemaakte, op een markt gekocht. Daar kan ik van genieten en het werkt prima. Ik kijk al weer uit naar een leuk nieuw zeepje. Yes, dat is één plastic fles minder. Wat nou als heel veel mensen hiermee beginnen? Dat scheelt dan een heleboel plastic flessen. Ik heb zomaar het idee dat we zo samen het verschil kunnen maken. Het hangt in de lucht. Veel mensen weten wel dat het anders moet, maar waar te beginnen? Dat één zeepje al een verschil kan maken is hoopgevend. Je kunt het zo goedkoop en duur maken als je zelf wilt. Wat mijzelf betreft: ik maak eerst de zeepjes op, die ik nog in huis heb. Daarna wil ik me gaan verdiepen in zeepjes op natuurlijke basis. Want dat is natuurlijk ook nog wel een dingetje. Geen rotzooi meer op en daarmee ook in mijn lijf. Lief voor mijn lijf, lief voor de natuur.

Plastic Free July, alles is er al

Plastic Free July is begonnen, voor de zevende keer op rij. Een wereldwijde manifestatie die elk jaar groeiende is: https://www.plasticsoupfoundation.org/2018/07/zevende-jaargang-plastic-free-july/ Hier kun je tips vinden en zelf de uitdaging aangaan je plastic verbruik te verminderen.

Ik herinner me de oude afvalemmer nog die bij ons achter het huis stond tot rond 1984. Dat is ongeveer 35 jaar geleden. Na de afvalemmer kwamen de vuilniszakken en na de vuilniszakken de afvalcontainers en zo meer. Wat mij intrigeert is dat het eigenlijk helemaal nog niet zo verschrikkelijk lang geleden is dat één afvalemmer per week afdoende was. Ongeveer één gevulde vuilniszak. Dat geeft te denken.

Ik onderzoek hoe het is om een maand lang niets te kopen. Zolang ik niet naar een winkel ga (behalve dan voor levensmiddelen) is er niets aan de hand. Kom ik in een winkel of loop ik door de Kringloopwinkel dan wordt het een stuk lastiger. Ik merk hoe snel ik toch iets mee wil nemen omdat het leuk is, handig of goedkoop. Maar ik houd me aan mijn afspraak. Deze maand niets kopen. In de Kunsthal in Rotterdam loop ik na mijn bezoek door de museumwinkel. Uit elk museum neem ik meestal een paar mooie kunstkaarten mee. Ik weersta de verleiding. Waar ik naderhand toch stiekem een beetje spijt van heb.
Wat ik ook tegenkom: verjaardagen. Oeps, hoe doe ik dat? Voor mezelf niets kopen, oké, maar om nou met lege handen op een verjaardag aan te komen? Het doen met wat ik heb. Ik vind nog leuke dingen onder eigen dak die ik al eens gekocht had en waar ik zelf niets meer mee doe. Een bonnetje of geld geven kan natuurlijk ook. Of zelf iets maken. Dat laatste moet ik echt even plannen, want om iets leuks te maken dat kost even tijd. Zo maak ik van een tapijtkoker een attribuut waar alle opladers in/aan kunnen hangen. Ik hoef er de deur niet voor uit. Het kost me 4 uren om dit te maken en beleef er erg veel plezier aan. Kaarsen, een shawl…. Tijd en aandacht voor de persoon in kwestie. Mindfulness optima forma.

‘Trouble in Paradise’ Collectie Rattan Chadha gezien in Kunsthal te R’dam

Als de maand om is, merk ik dat ik helemaal niet zo veel zin meer heb om spullen te kopen. Waar het kan, probeer ik het te doen met dat wat er al geproduceerd is, te vinden bij De Kringloopwinkel of tussen ‘afvalmateriaal’. Als ik de opdracht krijg een bruggetje te versieren voor een bruiloft vind ik in huis nog wat schuimfolie. Dit is regenbestendig, plooibaar en zeer decoratief. Maar niet genoeg voor een bruggetje van 7 meter, dus ga ik een aantal winkels bij langs om te vragen of zij hier nog restanten van hebben die ze weggooien. Het winkelpersoneel is zeer welwillend, maar bij de meeste winkels hebben ze alleen doorzichtig plastic. Uiteindelijk vind ik het schuimfolie. Harten, rozen, ballonnen en touw betrek ik bij de Kringloop. Voor een roze accent heb ik zelf nog een oud plastic tafelkleed en ik kan aan de slag. Blij met het resultaat: harten voor het bruidspaar met hart voor de natuur.

transitie

Het zijn met wat er is, het doen met wat ik heb. Het woord ‘transitie’ reist sinds een maand of vijf met me mee. Transitie, overgang. Ik bevind mezelf in een overgangsfase, van jong naar oud. Een soort omgekeerde puber zeg maar. Maar dan één met 40 jaar ervaring. En als ik zo om me heen kijk, lijkt het wel of de hele wereld in de overgang is. Schommelingen, extreme stemmingen, oververhitting… In de chaos wordt een nieuwe balans gezocht, maar dat gaat niet zonder slag of stoot.

Persoonlijk word ik geraakt door het afvalprobleem. Overal waar ik loop of fiets zie ik afval op de straat, in de bermen, de bosjes. Het fantastische festival waar ik laatst was, met als schokkend einde een zee van plastic, waardoor ik me een weg naar de uitgang baan. Twee seconden plastic. En ik denk aan de stranden die vol liggen met plastics die bijna niet op te ruimen zijn. Aangespoeld met het water. Het water uit de zeeën, de oceanen. De longen van onze wereld om zo maar te zeggen. Een soort van gemeenschappelijk orgaan waardoor jij en ik kunnen ademhalen.

TWEE SECONDEN PLASTIC

Ik krijg ineens het beeld van Harry Potter die op zoek is naar de Gruzielementen. Eén daarvan is de beker van Huffelpuf. Deze bevindt zich in de kluis van Bellatrix van Detta en wordt beschermd door de Woekervloek: Alles wat aangeraakt wordt vermenigvuldigt zich. Als Harry de beker grijpt, slibt de kluis in no-time dicht en kan hij samen met zijn vrienden ternauwernood ontsnappen. Wat nou als onze wereld dichtslibt?

Een antwoord heb ik niet, een oplossing evenmin. Ik lees het boek ‘Hoe je Stopt met Plastic’ van Will McCallum (dun en duidelijk) en het boek ‘The Story of Stuff’ van Annie Leonard (dik en schokkend). In het laatste boek lees ik over goud en ik herlees het wel drie keer om te checken of ik het nou goed begrijp, ‘goud begriep’ zeggen ze in het Gronings. Het dringt tot me door, dat voor het winnen van goud voor één gouden ring 20 tot 60 ton zwaargiftig afval geproduceerd wordt. En ik vraag me af, hoe we überhaupt nog steeds leven op deze wereld.

Het goede nieuws is dat beide boeken alternatieven beschrijven voor zowel producenten als consumenten. De consument dat ben ik. En ik besluit mijn persoonlijk onderzoek te starten. Hoe kan ik bijdragen aan het verkleinen van de afvalberg? Kan ik zonder spullen? Kan ik zonder plastic? En hoe doe ik dat dan? Kan ik dat sowieso volhouden? Kan ik nog genieten? Het moet wel leuk blijven. En betaalbaar. De komende maand is het Plastic Free July. Transitie. Dat gaat niet van de één op de andere dag. Ook niet van de ene op de andere maand. Dat gaat stapje voor stapje. En van het één komt het ander. Daar over meer.

eten als ik eet, drinken als ik drink

Zijn met wat er is, mindfulness, in aandacht leven. Dat blijkt goed voor ons te zijn. Ik heb tijd, ik heb aandacht, maar wat doe ik daarmee? Ik las laatst dat we in onze drukke Westerse wereld nog wel eens vergeten dat eten en drinken onze belangrijkste levensaders zijn. Sterker nog, we kunnen niet zonder. En wat doe ik tijdens het eten, als ik alleen ben? De krant lezen of een boek, tijdschrift. Of even op de mobiel: appen, filmpje kijken, iets opzoeken. Het belangrijkste in mijn leven hap en slik ik daarmee gedachtenloos weg. Dat is best een schokkende gedachte en ik besluit om daar verandering in te brengen. Te eten als ik eet, te drinken als ik drink. Dat blijkt nog niet mee te vallen. Stilzitten, kauwen, slikken. Hm. Best een saaie aangelegenheid. Even ruiken dan. Dat brengt wel iets extra’s op de schaal van genieten. Na vijf minuten word ik echt onrustig. Ik mis mijn input. Dat wordt nog wat. Volhouden. Ik kijk op de klok. Ben een langzame eter en mijn lunch inclusief een kop thee duurt uiteindelijk ongeveer 20 minuten. In die tijd had ik toch zeker bijvoorbeeld een groot deel van de krant kunnen doornemen. Zonde van mijn tijd.

De komende dagen blijf ik bij mijn voornemen. Eten als ik eet, drinken als ik drink. In het begin moet ik me er zelf aan herinneren. Oh ja, geen mobiel. Oh ja, geen boek. Zitten. Eten. Drinken. Zorgen dat boek, krant of mobiel buiten handbereik liggen. En zowaar, ik krijg er lol in. Als ik een beetje door eet kan ik in een kwartier mijn lunch nuttigen. Dat weet ik dan ook weer. Als ik het lastig vind kijk ik bijvoorbeeld wat naar buiten. Of luister ik naar geluiden die ik hoor. Soms volg ik de hete thee in mijn lijf en merk het behaaglijke gevoel op dat dat met zich meebrengt. Vaak dwalen mijn gedachten af. Denk ik aan de mensen om mij heen. Situaties. Of aan dingen die ik nog wil gaan doen. Om dan vervolgens weer te eten als ik eet en te drinken als ik drink.

Ik voel na verloop van een week of twee dat ik rustiger word. Op andere momenten me beter kan focussen. Beter kan luisteren. Geduldiger ben. Het gejaagde gevoel verdwijnt. Aandacht voor wat zich in het moment aandient komt er voor in de plaats. Betrokkenheid met het leven en de wereld is wat het mij oplevert. Tijd hoeft niet altijd opgevuld te worden. Juist in de leegte zit ruimte om open te zijn, te kunnen ontvangen. Wat dat ook maar mag zijn. Verrassend. En gek genoeg heb ik het gevoel dat het me juist tijd oplevert. Mag het een uurtje minder zijn? Vannacht gaat de klok een uur vooruit. Misschien helemaal niet iets om me druk over te maken. Tijd zat.

is het niet gek?

Ik leef in een land waar een appel op straat
gewoon een appel kan liggen wezen.
Ik fiets hard en ben ‘m al voorbij.
Maar op de terugweg – wel dezelfde route dan –
is die appel beslist en zeker voor mij.
Is het niet gek om te stoppen voor een appel op straat?
Om ‘m op te rapen en mee te nemen?
Appels zijn duur en ik weet zeker dat mijn konijn
ervan gaat smullen,
er blij mee gaat zijn – zijn flanken gaan dan een beetje rillen –

Dus op weg naar huis,
als Hans en Grietje neem ik dezelfde route terug.
In de bocht waar ‘ie lag, die appel,
zo’n mooie, zo’n rooie,
is niets meer te bekennen, weg!
En gek, ik ben blij,
er bestaan meer mensen zoals mij.
Die het de moeite waard vinden een appel op te rapen.
Ik besef dat ik niet ‘daarstraks’ en ook niet ‘later’,
maar alleen dát ene moment díe appel had kunnen pakken.
Ik heb het niet gedaan, is het niet gek?

Met lege handen fiets ik naar huis
en vervolg ik mijn weg, langs de vijver, het park…
Laat daar nou toch nóg een appel liggen!
Een halve met modder dat dan weer wel, maar hé,
wat weet mijn konijn
van een hele of halve?
Ik stop en stap af, déze appel, van mij.
Met het steeltje tussen mijn vingers,
neem ik ‘m mee, – nog een keer blij –
Konijn zeer tevree.
Is het niet gek?

bladblazer komma

Dolf Jansen, De Beeldenstorm Oudejaars

Stadsschouwburg. Eerste rij. Ik zet me schrap. Gelijk bij opkomst is het raak. De mevrouw twee stoelen verderop met een knalgele jas op haar schoot wordt door Dolf aangesproken en met haar jas in de hand vliegt hij achter de coulissen met de mededeling dat hij ook zo’n exemplaar in bezit heeft. Hij komt terug met een geel hesje en houdt deze samen met de verworven jas triomfantelijk omhoog. Vanaf de eerste minuut moet ik lachen. Zo verschrikkelijk lachen dat mijn buikspieren beginnen te protesteren. Wat een humor, wat een vaart deze kleine tanige man die zo groots en imponerend voor me staat. Totdat… Feilloos weet hij de aandacht van het publiek te vangen totdat hij zijn punten maakt. Want Dolf heeft een verhaal. Een verhaal dat verteld wil worden. Met zijn grappen en scherpe satire weet hij mij van het ene op het andere been te zetten. De Beeldenstorm zet in sneltreinvaart onze maatschappij neer zoals deze zich manifesteert. En Dolf prikt en wikt. Wil in gesprek met mensen. Punten weghalen en komma’s plaatsen. Veel stof tot nadenken. Als de bladblazer in beeld komt, knijp ik ‘m wel een beetje. En ik denk, die Dolf, dat is zelf de bladblazer vanavond. Hij schudt de boel flink op, de wind eronder, alles van zijn plek. Met die frisse en optimistische wervelwind brengt hij in beweging en mijn gedachten dwarrelen als blaadjes in de lucht. Het is heerlijk en ik wil niet dat dit ophoudt.

Als ik later in bed lig gaan mijn gedachten verder. Het stormt nu in mijn hoofd. Tussen de bedrijven van het slapen door. Wat nou, als niet de politicus maar de cabaretier de richting van het land aangeeft? Als we ons zouden laten inspireren door mensen zoals Dolf? Waar zijn we eigenlijk zonder hen? Zij, die hun hoofd durven uitsteken en het blad durven blazen. Die de stoffige gevestigde orde in de wind gooien. Laten zien dat er andere waarheden bestaan dan die van het geld en de economie. Met zijn bijna staccato poëtische intermezzo’s veegt Dolf vol gevoel al het blad weer op één hoop en wijst hij op de berg van de toekomst. Geen gouden berg, hij maakt het niet mooier dan het is. Wel wijst hij op een menselijke, humane samenleving met hart voor elkaar en voor de aarde waarop wij leven. Met zijn bladblazer heeft hij al mijn rottende bladeren weggeblazen en de jonge frisse blaadjes weer tevoorschijn getoverd. Zo gemakkelijk kan dat gaan. Ik wil meer lachen om Dolf. Om heel veel grappen van hem. Dusdanig dat ik er nog dagen spierpijn in mijn buik van heb. Ik wil dat de grappen de boventoon voeren en dat het niet meer nodig is om de mensen wakker te schudden met zijn punten. Hoelang gaan we mensen als Dolf nodig hebben? Wanneer gaan we de ‘nar van de koning’ serieus nemen? We zouden onze eigen bladblazers ter hand kunnen nemen. Waarmee we in onze eigen omgeving de boel opschudden. Fris en vrij. Met liefde voor de aarde en voor onze medemens. Op kleinschalig niveau met een grootse uitwerking. Hoe simpel kan het zijn. Blaas blad! Wees aardig voor elkaar! Komma, Vooral veel komma’s. Dolf, dankjewel! Punt ,

de tuinman in de hof van heden

Mooie ontmoetingen. Je weet wel, van die mensen die ‘zomaar’ op je pad komen. Spontaan, niet gepland. Zoals vandaag. Met lieve vriendin bijpraten onder het genot van een wandeling door eigen stad. Ons verwonderen over het moois dat we daar treffen. Zitten op een bankje, foto’s maken van de prachtige natuur. Een filmpje om het geluid van het water mee naar huis te nemen. Genieten van zon en samenzijn. Een mooie ontmoeting op zichzelf. En dan treffen we de tuinman. En schrijf ik naderhand dit gedicht.

De Tuinman in de Hof van Heden

Fonteinen, waterlelies, korenbloemen in het veld,
de tuinman met zijn stro’en hoed, die ons vriendelijk begroet.
We wanen ons in het buitenland, daar komt hij ook vandaan.
De hoed geeft bescherming aan hoofd en schouders,
de geweven stroken lucht.
Op zoek naar onkruid en pratende planten,
diploma van filmacademie op zak.
Het leven een droom, in alles een groeimoment zien,
dat wat je zaait, dat zal je oogsten.
De zomer is heet, de zon staat hoog.
De planten, bevrijd van het onkruid, nu kwetsbaar en droog,
snakken naar water.
Wie het ziet, zal ze laven en luist’ren naar wat ze te zeggen hebben:
De droom op ons pad zal wortelen in díe grond,
waar hij het licht en het water vond.