kniepertjes, oud en/of nieuw

Een winterborrel op het plein waar ik aan woon. Koud. Heerlijke hapjes. Soep, chocolademelk en glühwein om op te warmen. Vuurkorven ook. Buurtgenoten ontmoeten. Hartverwarmend. Ik heb kniepertjes gebakken. Symbolisch voor het uitgerolde oude jaar. Net zoals nieuwjaarsrolletjes voor het nieuwe nog opgerolde jaar staan. Je zou de kniepertjes ook kunnen beschouwen als het jaar dat voor je ligt: open, nieuw, als een onbeschreven blad. Met het achterliggende jaar als een tapijtje keurig opgerold. Zo kun je volkomen legitiem een totaal andere visie uitrollen over het kniepertje en het rolletje. Het is maar vanuit welk perspectief je het bekijkt.

Het oude jaar begint voor mij met stilstaan. Stilstaan, bezinnen en – soms letterlijk – kijken wat er op mijn pad komt. Dat wat zich toevallig lijkt voor te doen uitpakken als kadootjes. Ervaren dat dat juist wegwijzers blijken te zijn. Goed kijken, daar begint voor mij alles mee.

Al jaren wordt er elk jaar een ‘woord van het jaar’ gekozen. Het is interessant hoe diverse woorden een afspiegeling vormen voor wat zich afspeelt in de maatschappij. Mijn persoonlijk woord van het jaar is het woord ‘transitie’. O.a. onderzoeken hoe ik me m.b.t. afval kan verhouden tot Refuse, Reduce, Reuse, Recycle en Rot. Vijf maal ‘R’ van de dames van het Zero Waste project. Ik merk dat het woord ‘transitie’ mij inspireert tot een andere ‘R’, namelijk die van REMAKE. Van oude of bestaande dingen nieuwe dingen maken: kleding, kadootjes, tasjes, bijenwasdoeken… Zo heeft stilstaan me meer in beweging gebracht dan ik van te voren had kunnen bedenken.

Wat het nieuwe jaar gaat brengen? 2020, een bijzonder getal. Opdat het een bijzonder jaar mag worden met nieuwe mogelijkheden van groei en een toekomstvol perspectief. Eigen woorden ontdekken. Daarbij zoveel mogelijk mooie momenten delen met elkaar. Het vuurtje warm houden. Voor het overige, ‘De Weg’ van Toon Hermans:

Liefde, vreugde of verdriet wat op je weg komt weet je niet dus kijk maar niet zo ver vooruit het heeft geen nut, je ziet geen fluit.

van ‘ranzige’ restjes tot feestmaal

Het jaar loopt bijna op zijn eind. De periode rond Kerst en Oud en Nieuw ervaar ik als een wat rommelige tijd. Een tijd van verjaardagen en feestdagen. Van terugblikken op wat geweest is. Een tijd van opruimen, administratie bijwerken, zorgverzekering bekijken. Genieten van samenzijn met familie en tegelijk verlangen naar rustmomenten. Behoefte aan ‘stil’ worden. Geen input meer van buiten. Restanten in mezelf opschonen om opgeruimd het nieuwe jaar tegemoet te treden. Zoiets.

Met betrekking tot restanten blijken ‘ranzige’ restjes als culinaire ingrediënten te dienen in gerechten. Ik ontdek een eigengemaakte groentebouillon gemaakt van groenteafval die ik normaal gesproken in de biobak deponeer. Het gaat hier om bijvoorbeeld het kontje van de courgette, een stukje paprika, ui, prei, wortel, (niet teveel) kool, tomaat etc. De bouillon vormt samen met kruiderijen en zout een goede en gezonde basis voor een lekkere (maaltijd)soep. Ik hergebruik hierbij zelf het kookvocht van rijst. Een klik op de link en alle details zijn te lezen op de website van Karin Luiten. Ik ben gek op haar recepten zonder pakjes en zakjes. Al ver voor die term bestond, kookte ik al zoveel mogelijk met verse ingrediënten. In mijn geval een noodzaak – ik heb een voedselallergie – die mij uiteindelijk tot creatieve kookhoogten bracht. Wat ik doe is alle ingrediënten op de pakjes en zakjes uitpluizen en deze vers in mijn eigen pannetjes husselen. Recepten lezen en aanpassen. Nieuwe dingen uitproberen. Vooral kruiden zijn op dit gebied onmisbaar. Koken is op deze manier voor mij een ontspannende bezigheid geworden waar ik echt van kan genieten.

Nog een smakelijke ontdekking is bananenijs. Het blijkt een recept te zijn afkomstig uit het boek ‘Eet goed’ van Johan Rockström e.a. ‘Verbeter de wereld, start in je eigen keuken!’ In zijn kookboek ‘Eet goed’ zijn gerechten te vinden die niet alleen duurzaam zijn, maar ook gezond en lekker. Laat dit nou aansluiten bij mijn zoektocht ‘wat-kan-ik-nog-doen-met-die-rijpe-ik-lust-hem-niet-meer-maar-weggooien-kan-altijd-nog-banaan’. Link aanklikken en starten maar. Wat erg lekker is, is een combinatie van zelfgemaakt bananenijs, blanke vla, beetje slagroom en wat schaafsel van chocolade(letters). In een handomdraai een heerlijk nagerecht op tafel die smaakt naar de bananensoes van de banketbakker. Bij toeval ontdekt door restjes bij elkaar te zoeken.

Sowieso een leuke manier van koken. Eerst kijken wat je wilt opmaken uit de voorraadkast, koelkast en/of vriezer. Zelf iets bedenken of recepten erbij zoeken en geheid iets anders op tafel zetten dan je normaal doet. En wat te denken van het nat van augurken? Dit is heel smaakvol in een dressing in bijvoorbeeld een witlofschotel. Een stukje verspilling terugdringen en resten omzetten in iets nieuws. Ook hier: de boel opschonen en opgeruimd het nieuwe jaar in. Een rommelig restje oudjaar zeg maar met een gouden randje.

bijenwasdoek, een kadootje in je koelkast

De rol aluminiumfolie is op. In de supermarkt toevallig ook. Ik bedenk me hoe automatisch ik toch bijna weer iets aanschaf wat ik misschien ook wel kan laten. Want wat is het alternatief voor dat handige aluminiumfolie, maar ook plastic vershoudfolie of die plastic boterhamzakjes? Restjes bewaar ik inmiddels in glazen schaaltjes met een schoteltje er bovenop. Lege boterkuipjes laat ik meerdere levens leiden door er maaltijden in te bewaren of in te vriezen. Dit laatste soms tot grote hilariteit van mijn huisgenoten als ze een boterhammetje denken te gaan smeren en onder de deksel ineens de rode kool van een dag eerder aantreffen. Maar wat doe ik bijvoorbeeld met een halve ui? Of een stukje kaas?

Mijn gestruin op internet levert vruchten op. Bijenwasdoek blijkt een milieuvriendelijke vervanger te zijn. Deze is gemaakt van katoen en ideaal voor het bewaren van groente, fruit, kaas, brood en koek. Ook kun je er een schaaltje mee afdekken. Door de antibacteriële werking van bijenwas en jojoba-olie blijven vegetarische produkten vers en houdbaar, ook in de vriezer. Niet geschikt voor vlees, vis en warme produkten. Na gebruik afwassen met afwasmiddel en koud water (bij warm water smelt de olie uit de doek). Even drogen, oprollen en in een koele ruimte bewaren voor een volgende keer. De doek is 6-12 maanden bruikbaar, afhankelijk van de mate van gebruik.

Ik besluit zelf aan de slag te gaan. Dunne katoenen lappen, bijenwas, jojoba-olie, een weegschaal, een pan, een glazen pot, een kwast, bakpapier, een strijkijzer én een dag verder heb ik een stapel bijenwasdoeken in alle soorten en maten. Het ruikt in huis heerlijk naar bijenwas en ik ben diep tevreden. Nu de proeven op de som. In drie leuke doeken worden een stuk koek en een lunch meegenomen naar school. Ik pak de donkere toppen van bananen in (dan blijven ze heel lang houdbaar namelijk), mijn halve ui, een prei, stukken kaas.. Waar ik me afvraag of de geur van bijenwas in het eten trekt, blijkt het tegenovergestelde te zijn. De bijenwasdoek neemt de geur van het bewaarde eten erin op. Misschien wel slim om bepaalde doeken voor één bepaald produkt te gebruiken. Met mijn warme handen druk ik de doek goed aan, en het blijft mooi zitten. Dat scheelt een hoop plastic en aluminium. Zo maak ik kadootjes voor in de koelkast, een vrolijke boel. Daar kan ik wel wat mee.

         

december: lekker ingepakt

December, lees feestmaand, is in volle gang, en dat zie je in de stad. Gezellige verlichting, uitnodigende uithangborden.. Omdat ik de afgelopen maanden amper iets koop, behalve eten, drinken en huishoudelijke benodigdheden denk ik na over het fenomeen kadootjes. Moeten de kadootjes van Sint of Kerstman per definitie nieuw uit de gangbare winkels komen? Doe ik in het algemeen de ontvanger van een kadootje wel eer aan als ik iets uit de kringloopwinkel betrek? Wat maakt dat een kadootje waardevol is? De tijd en de aandacht besteed om iets uit te zoeken en de ontvanger blij te maken, hangt voor mijzelf niet (meer) samen met nieuw. Om dit voor een ander op dezelfde manier in te vullen vind ik lastiger merk ik. Toch wil ik ook op dit gebied proberen het milieu zo min mogelijk te belasten.

Als ik iets voor mezelf wil aanschaffen, bezoek ik eerst de kringloopwinkels. Deze zijn er in diverse soorten en maten te vinden en geven produkten een tweede leven. Boeken vind ik vaak bij de tweedehands boekwinkel. Het geld wat ik daar besteed gaat voor een groot deel naar goede doelen. Het is wel zo dat je het bij kringloopwinkels moet doen met het aanbod van dat moment. En ik kom dus ook weleens onverrichterzake thuis. Maar hé, als het echt dringend is, dan is er nog Marktplaats. Het is kortom een andere manier van winkelen. Beetje geduld hebben ook. Of er soms gewoon van afzien. ‘You can’t always get what you want.’ Het leuke van tweedehands winkels vind ik de schat aan diversiteit van produkten. Mijn hart kan zich ophalen aan van die ‘oh-jaaaah-dat-hadden-we-vroeger-thuis-ook’-momenten. Me verbazen over raadselachtige produkten waarvan ik echt géén idee heb waar ze voor dienen. Blij zijn als ik iets voor iemand vind, waarvan ik zeker weet dat het op de wensenlijst staat. Kleding en zelfs schoenen tref die mijn assortiment verrassend blijken aan te vullen.

Zijn er kadootjes te vinden waarmee je iemand duurzaam en wel kunt verrassen? Te denken valt aan een tegoedbon voor een activiteit (samen), eetbare (streek)produkten, bos bloemen uit eigen tuin, een (tuin)plant, tweede-kans produkten (denk aan electronica) of iets wat je zelf gemaakt hebt. In het kringloopgebeuren zijn ook vaak nog nagelnieuwe spullen te koop. Het is misschien een beetje zoeken op kadootjesgebied. Wat ik wel weet is dat het bij een kadootje niet zozeer om het uiterlijke jasje gaat, maar destemeer om de gedachte erachter. En dat pakt sowieso heel lekker in.

hoor de wind waait..

Sinterklaas is officieel weer uit het land. En dat is maar goed ook. De nacht volgend op het ‘heerlijk avondje’ is tumulteus en ik word meerdere malen wakker als de wind raast door de hoge bomen vlak bij ons huis. De goedheiligman kan met goed fatsoen het dak niet meer op.

Op ‘black friday’ tref ik de kassière van de plaatselijke supermarkt in zwarte kleding. Ze straalt. ‘Ik voel me veel fijner in mijn eigen kleding en het staat toch ook veel leuker dan het verplichte winkeljasje’, vertrouwt ze me toe. Ik wens haar een ‘prettige zwarte zaterdag’. ‘Black friday hè’, corrigeert ze me lachend. Hoe kom ik nou weer bij zwarte zaterdag? Dat is pas twee seizoenen verder. ‘Was het maar vast weer zomer’, zegt ze. Ik pak mijn boodschappen in en zie dat een donker getinte man inmiddels klaar staat om af te rekenen. En dan gebeurt het. In mijn gedachten: ‘Wat hebben we gezegd? Black friday, zwarte zaterdag, kan dit gesprek wel door de beugel gezien vanuit de donkere man?’ Verward fiets ik met mijn boodschappen aan het stuur naar huis. Wat hangt er in de lucht? Sinds wanneer is het woord ‘zwart’ zo beladen? Met de komst van Sinterklaas is het zwartepieten weer begonnen. Elkaar woorden in de mond leggen die niet worden gezegd, gedachten toedichten die niet worden gedacht. Zwart-wit denken, racisme, ik word er heel verdrietig van.

De dag daarop zie ik een dweilorkest in hartje stad, als ik van de markt naar mijn fiets loop. Zwarte pieten en roetveegpieten lopen door elkaar en stemmen hun instrument. Op een gegeven moment groeperen ze samen en de trommelpiet zet in. Glimlachend publiek. ‘Hoor de wind waait door de bomen..’ en ‘makkers staakt uw wild geraas..’ Uit de context genomen, krijgen deze regels ineens wel een heel bijzonder karakter. Het lijkt alsof de natuur ons een spiegel voorhoudt en ons laat zien waar we mee bezig zijn. Laten we letterlijk én figuurlijk bomen planten, zodat de wind kan luwen. Omdat alles omver blazen gewoon geen optie is.

stel je voor

elkaar bij de namen

onbevangen

elkaar in de ogen

samen één

elkaar de hand

de juiste toon

elkaar in de ander

stel je voor

groeimodel

In het kader van Nederland Leest is elke maand november een gratis boek te verkrijgen in de bibliotheek. Deze keer is dat ‘Winterbloei’, een boek van Jan Wolkers over zijn liefde voor de natuur. Met een glimlach denk ik aan ‘De Achtertuin van Jan Wolkers’, in 2002 en 2003 uitgezonden in het programma ‘Villa Achterwerk’ en neem het geschenkboekje mee. Ik ben verrast als ik het voorwoord van Ronald Giphart lees, waarin hij een informatief maar vooral een warm pleidooi voor verduurzaming over het papier strooit. Met de krachtige slotwoorden: “Lees. Ga in gesprek. Spread the word.

In het voorwoord van Giphart staan ook een paar woorden waar ik even blijf hangen. Ben ik een ‘deugmens’, een ‘moralistische doordrammer’, een ‘klimaatgekkie’, een ‘doemdenker’, een ‘angstaanjager’ of een ‘zwartkijker’ door me met duurzaamheid bezig te houden? Ik houd mezelf regelmatig onder de loep en koester geen illusies. Ook het thuisfront maakt dat ik met beide benen op de grond blijf staan m.b.t. het terugdringen van plastic. Wat voor mij als een soort van vrijblijvend onderzoek begint, ontvouwt zich ondertussen wel langzaam tot een manier van leven die haaks staat op het lukraak produceren en consumeren. Bijna dagelijks kom ik prachtige initiatieven en evenzovele doemscenario’s tegen in de media. Ik stel mezelf de vraag: ‘Wat heeft de aarde mij te bieden?’

Een grote grijper die afval verplaatst met daarin handen die madeliefjes omringen, is het beeld dat aan mij verschijnt. Deze collage geeft mij inzicht in hoe ik in het leven van dit moment sta. Ik heb werkelijk geen idee van waar het naartoe gaat met deze planeet; denk ook niet dat van alle duurzame initiatieven één op één is vast te stellen welke uitkomsten ze precies zullen hebben. Gewoonweg omdat alles met alles samenhangt. Het enige wat ik kan bedenken in deze chaotische tijd is, bij wijze van spreken, de madeliefjes koesteren. En hopen dat we zo, net als vaak op de kermis, de dans van de grijper ontspringen. Daarbij me tegelijkertijd verhouden tot afval. Afval is dat waar we ons van ontdoen, in bredere zin zou je kunnen zeggen: dat wat we loslaten. Zo bezien staat afval symbool voor verandering met ruimte voor vernieuwing. Een soort van groeimodel.

De aarde biedt mij de de mogelijkheid om me met groei bezig te houden en zo tegelijkertijd zelf te groeien. Ik moet denken aan een uitspraak van Martin Luther King jr.: Even if I knew that tomorrow the world would go to pieces, I would still plant my apple tree. Had hij een vooruitziende blik? Sowieso een goed idee, bomen planten. In hoopvolle verwachting. Spread the word.

Groeimodel I

niet meer waar zij waren, altijd waar wij zijn

Vandaag is het ‘Eeuwigheidszondag’ in de protestantse kerk. Net als bij ‘Allerzielen’ in de rooms-katholieke kerk worden de gestorvenen van het afgelopen jaar herdacht. Eeuwigheidszondag, ik ken die naam nog niet, maar het klinkt wel mooi. Niet speciaal vandaag, maar zo af en toe slaat het gemis bij mij toe. Meestal op heel onverwachte momenten, veroorzaakt door een bepaald geluid, een geur, iemand die iets zegt, het kan van alles zijn. Zo werd ik vorige week met een schok teruggeworpen in de tijd: in de krant staat een foto met daarop een man die zo sprekend op mijn vader lijkt dat mijn hart even stil staat. Ineens bevind ik me 21 jaar van hier aan het sterfbed van mijn vader en ik voel het gemis bijna lijfelijk.

“Zij die wij liefhebben en verloren, zijn niet meer waar zij waren, maar altijd waar wij zijn”. Een zin die ik lang geleden eens tegenkwam, een beetje raadselachtig toen, een stuk duidelijker nu. Het is hard iemand fysiek nooit meer te kunnen aanraken, omhelzen.. Een gesprek te voeren.. Een lach te horen.. Een geur.. Een gebaar.. Gekkigheid.. Daarvoor in de plaats komt een soort van nieuwe relatie ervaar ik. Irritaties, onhebbelijkheden en gedoe verdwijnen naar de achtergrond. Wat overblijft is de kern van iemand die zich steeds meer met mijn eigen kern verweeft. Een soort van reisgenoot in mijn leven. Die ik in mijn hart ontmoet. En die zo heel dichtbij is. Dichterbij dan ooit.

Zo reizen er veel mensen uit het verleden nog met mij mee. Ik kom ze soms tegen in mijn dromen. Sommige kende ik kort, sommige lang. Soms is het maar één zinnetje van iemand, die me in een moeilijk moment ergens doorheen sleept. Soms een bepaalde uitstraling van iemand die me energie geeft. Al naar gelang de situatie een scala van richtingaanwijzers op mijn pad. En dus steek ik vandaag een kaarsje aan. Omdat ik dankbaar ben dat de mensen ‘van voorbij’ in mijn leven waren en dat ze nog steeds bij mij zijn.

Van een mandarijn en zonnebloem- of olijfolie kun je heel eenvoudig een kaarsje maken, lees ik in het huis-aan-huisblad. Drie mandarijnen, een stinkende keuken en een doosje lucifers verder geef ik de pijp aan maarten. Maar vandaag probeer ik het nog een keer. De crux zit ‘m in het wachten. Niet een paar minuten, maar toch zeker wel een uur. Deze keer lukt het. Ik ben blij. Het kaarsje brandt al langer dan 4 uur. Geen eeuwigheid, maar genoeg om een warme gloed te verspreiden naarmate het donkerder wordt.

Attentie: als de olie op is, kan de vrucht vlam vatten. Net als bij alle brandende kaarsen, blijf in de buurt! Eerlijk: het blijft experimenteren voor een bevredigend resultaat.

bloggen, link(s) en recepten

Het bloggen is een onderzoek op zichzelf wat betreft mijn computervaardigheden. Ik heb regelmatig een beroep gedaan op het thuisfront en de computer net zo regelmatig vervloekt. Uren gespendeerd om iets uit te zoeken hoe iets werkt op mijn website, met wisselend resultaat. Waar ik eindeloos geduld op kan brengen om alternatieven voor plastic te zoeken, ideeën voor een workshop te bedenken of recepten uit te proberen, heb ik een ontzettend kort lontje m.b.t. mijn computeruitdagingen. Schiet mij maar lek als ik probeer te snappen hoe de wondere virtuele wereld werkt. Het is een slagveld waar ik me met moeite doorheen worstel en het lijkt soms wel of ik op oorlogspad ben. Link word ik ervan.

Maar wat ben ik trots als mijn eerste blog gepost is, mijn eerste foto geplaatst, mijn eerste pagina gemaakt, mijn eerste fotocollage gelukt. En nu heb ik de ‘link’ ontdekt. Liefde op het eerste gezicht. Magisch vind ik het. Onder elk gekleurd woord ligt extra informatie als je erop klikt. Een mogelijkheid die het gebruik van mijn website zoveel makkelijker maakt. Het is als een recept die, als je de juiste ingrediënten gevonden en gemixt hebt, smaakt naar meer. Op naar de – tot nu toe beproefde – recepten dan maar:

Vloeibare zeep voor zeeppompje of douchefles: 40 gram zeepvlokken oplossen in 1 liter kokend water. Om zeepvlokken te maken snij ik met een aardappelschilmesje stukjes van een zeepblok af. Een paar uren laten afkoelen totdat het een stevige substantie geworden is. Loskloppen tot een egaal geheel (ik doe het gewoon met een lepel) en vullen maar. Tot nu toe gebruik ik zeep die ik nog in huis heb. ‘Dove’ zeep werkt niet zo goed heb ik gemerkt. ‘Zwitsal’ zeep daarentegen werkt prima. Af en toe even schudden voor gebruik. Een dingetje is wel dat op de diverse websites die ik raadpleeg veel verschillende hoeveelheden worden aangeven. Een beetje uitproberen dus.

W.c.-eend voor het binneninterieur van de w.c.-pot: Een ferme eetlepel groene zeep oplossen in 600 ml kokend water. Hier 300 ml witte azijn en een ferme eetlepel baking soda aan toevoegen. Rustig aan want het gaat bruisen. Tot slot eventueel wat citroensap toevoegen voor de geur en de bleek. Vullen in een bewaarde fles.

Schoonmaakmiddel voor (snelle) schoonmaakklusjes: Een beetje Marseillezeep of Castillezeep raspen en oplossen in kokend water. Zelf heb ik een voorraad van 2 liter Marseillezeep – 80 gram zeep opgelost in kokend water – en hiervan doe ik 2 scheuten in een bewaarde fles. Twee eetlepels baking soda erbij en vervolgens heet water toevoegen totdat het een vloeibaar geheel is. Ik gebruik het in een sopje, maar het is ook goed bruikbaar in een spuitfles voor de snelle schoonmaakklusjes.

Wasmiddel voor de bonte was: 40 gram Sunlight zeep (zeepvlokken maken) oplossen in 1 liter kokend water. Als de zeepvlokken opgelost zijn nog 1,5 liter warm water toevoegen. Een paar uren af laten koelen, loskloppen en in een bewaarde fles gieten. Wasmiddel voor de witte was: Hetzelfde als voor de bonte was met als toevoeging 40 gram soda. En eventueel een lepeltje biologisch zuurstofbleekmiddel, te koop bij de Wiershoeck. De werking hiervan moet ik zelf nog ondervinden. Mijn witte waspoeder is nog (lang) niet op want mix ik tegenwoordig met de helft soda. Sunlightzeep kun je ook vervangen door Marseille-, Castille- of Aleppozeep.

Wasverzachter voor de kleur en de geur: Een scheut azijn (behoud van kleur) met een aantal druppels etherische olie. Citroenolie bij de witte was (versterkt het witmakend en vetoplossend effect). Lavendelolie (mijn eigen favoriet) of eucalyptusolie (helpt tegen huisstofmijt) bij de bonte was.

Uit alle websites, en dat zijn er nogal wat (hoera!), heb ik mijn eigen keus gemaakt. Dat wat het beste bij mij past. Ik heb ontdekt dat er vele wegen naar een schoon Rome leiden. Met bovenstaande heb ik in ieder geval een aantal plastic flessen kunnen reduceren. Middelen kunnen maken die dichter bij de natuur liggen. Het uitzoeken en experimenteren is best een hele klus. Het maken daarentegen een fluitje van een cent. Ik voel me als Tita Tovenaar als ik in mijn ‘zeeppan’ een brouwsel maak. En dat alles met een bLINKend resultaat.

Sint Maarten: Mien Lutje Lanteern

11 November is de dag: Sint Maarten. Kinderen komen met hun prachtige zelfgemaakte lampionnen bij de deur om te zingen voor wat lekkers. Mien lutje lanteern is zo’n liedje op zijn Gronings: Mijn kleine lantaarn. Zelf ben ik op pad gegaan voor plasticvrije lekkernijen die spreekwoordelijk met een lantaarntje te zoeken zijn. Los van Sint Maarten ben ik vaak met dit ‘lantaarntje’ onderweg als ik een alternatief voor de plastic verpakkingen wil vinden. Groningen, waar vind ik wat…

DROPPIE: een heerlijke drop- en snoepwinkel in het centrum van de stad. Ik maak een keus uit de vele heerlijkheden (die geur!) en koop twee meter kabeldrop die ik in stukken kan verdelen, drop- en kaneelstaven en échte toverballen. Pure nostalgie. Maar vooral natuurlijk erg lekker én zonder plastic.

GROENTE- EN WARENMARKT: hier koop ik mandarijntjes die ik in mijn meegebrachte stoffen tasje laat glijden. Op de markt koop ik sowieso op dinsdag, vrijdag of zaterdag alle etenswaren zonder plastic. Met een aantal uitzonderingen tot nu toe: broccoli, kaas en (heel af en toe) gerookt spek. Mijn favoriete kraam is nog steeds de kruidenjuwelier, waar overigens ook allerlei losse thee verkrijgbaar is. Sinds de eerste keer voel ik me inmiddels helemaal thuis op de markt en weet er mijn weg te vinden. Tevens is het een grote motivatieboost voor mij: ik tref veel mensen met zelf meegebrachte tasjes en bakjes.

LE SOUK: de Noord Afrikaanse bakker en kruidenier. Hier kun je allerlei produkten in zelf meegebrachte bakjes en zakjes halen al vergt dat enige creativiteit en uitleg. Sommige produkten zijn duurder (pasta, fêta), andere weer goedkoper (gierst, kruiden). De winkel is een feest aan kleuren en geuren en zeker een bezoekje waard. Afhankelijk van de eigen portemonnee de keuze om mooie produkten plasticvrij in huis te halen.

I.S.A. ‘Al Nour’: Al eten we nog maar weinig vlees en is plastic niet helemaal weg te denken om vlees in te vervoeren, bij Al Nour kan ik in een eigen meegebracht bakje vlees halen. Ik gebruik daarvoor bijvoorbeeld een leeg boterkuipje. Heb ik deze niet bij me dan laat ik één plastic zakje om het vlees doen i.p.v. twee. Vergeleken met de supermarkt bespaar ik sowieso een hoop plastic op die manier. Vermeldenswaard is dat het vlees kwalitatief erg goed is en heerlijk smaakt. Ook losse groenten en fruit zijn verkrijgbaar bij Al Nour. Dat is vooral handig als ik iets nodig heb op een dag wanneer er geen markt is.

FAM. GROENDIJK: een geweldig bedrijf waar je aan de weg heerlijke yoghurt (in glas) kunt kopen en tussen 16:30 en 18:30 uur rauwe melk kunt halen in een eigen meegebrachte fles of kan. De melk leent zich prima voor het maken van vla (maar dat is weer een ander verhaal). Ik moet bekennen dat het tijdstip voor mij wel een dingetje is (vooral in de wintermaanden), en dat dit mij er momenteel van weerhoudt om op mijn fiets te stappen richting de melktap.

LUSH: in Utrecht heb ik in de maand mei een voorraadje ingeslagen aan zeepjes, shampoobars, gezichtsolie en een moisturing bar in de vorm van een stick. Het is nu een half jaar later, de voorraad is nog steeds in gebruik en over een zeepje van 50 gram doe ik ongeveer 3 maanden bij een douchebeurt van ongeveer 2 à 3 keer per week. Een alternatief voor Lush heb ik gevonden op de Ommelander Markt, bij Crusoe Skincare. De deodorant moet ik nog uitproberen maar Annika Crusoe maakt prachtige zeepjes waar ik wel vertrouwen in heb. Maar Soap7 heeft momenteel mijn voorkeur, o.a. te koop bij de VVVGroningenStore.

Sint Maarten mag komen, ik ben er klaar voor. Ik ben benieuwd naar de reacties van de kinderen. Vinden ze het wat? Zo niet, mijn huisgenoten zijn op voorhand al enthousiast voor het geval er wat over blijft. Mien lutje lanteern, ik zai die zo geern, doe daanst deur de stroaten dat kist ja nait loaten. Mien lutje lanteern, ik zai die zo geern.

werk in uitvoering: grote verbouwing

Kozijn even verven, oh, de muur is ook wel aan een verfrissing toe, hm, zullen we de vloer dan ook maar vernieuwen, en hé, de meubels passen niet meer in het nieuwe interieur… Zoals een kozijn dat een likje verf nodig heeft zomaar kan leiden tot een grote interne verbouwing, zo leidt mijn zoektocht naar een leven zonder onnodig plastic tot een heuse omwenteling. Van het één komt het ander. Want als ik geen koekjes koop die in plastic verpakt zijn, wat is dan het alternatief? Of mayonaise uit een plastic fles? WC-eend? Melk? Pasta’s? En dus koop ik losse koeken op de markt, of bak ze zelf. Leer ik zelf mayonaise maken. Brouw ik een bruisend goedje voor in de WC. Ga ik een keer naar de boer voor verse melk. Bezoek ik een winkel waar je zelf allerlei pasta’s (en nog veel meer) kan scheppen in eigen meegebrachte tasjes.

Zo sta ik onbedoeld vaker in de keuken dan ooit. Lekkere recepten uitproberen. Met verse ingrediënten. En verdiep ik me in biologisch voedsel. Lees ik boeken, raadpleeg blogs, volg de krant en ga naar de film ‘the Biggest Little Farm’. Het wordt me duidelijk hoe ver we van dé en daarmee onze eígen natuur afgedwaald zijn. In mijn ‘zeeppan’ maak ik zeep, schoonmaakmiddel, wasmiddel… Voor dat laatste lees ik dat je ook kastanjes kunt gebruiken. En zo zit ik ineens als een kind voor de wasmachine door het raampje te kijken, of kastanjes echt gaan schuimen. Of als een analist de WC-pot te bestuderen na een schoonmaakbeurt met mijn alternatieve ‘WC-eend’. Deed ik dat voorheen eigenlijk ook? Nope, blindelings vertrouwen in de chemische, neonkleurige en vooral sterk ruikende middelen.

Al mijn experimenten kosten tijd. En aandacht. Ik word blij als ik een goede vervanger vind. Maar moedeloos als mijn mayonaise de eerste keer mislukt. En moe van het uren in de keuken staan. Of gefrustreerd als ik ontdek dat goed en onverpakt voedsel vele malen duurder is dan het neefje of nichtje in plastic. Daarnaast ontdek ik dat mijn uithoudingsvermogen het wint van mijn frustratie. En dat ik best wel geduldig en geconcentreerd met een klus bezig kan zijn. Ook brengt mijn zoektocht me op plekken in de stad, waar ik nog niet eerder was en spreek ik met mensen die ik niet eerder sprak. De tijd en aandacht leveren zo wel degelijk wat op. Het is een soort van actieve mindfulness zonder me daarvoor op een matje te hoeven vleien. Een mindfulness die me wel bevalt. Ik merk dat ik langzamerhand meer rust voel, meer geniet van het eten, meer respect heb voor de natuur, meer dankbaarheid ervaar voor alles wat er wél is, meer om me heen kijk.

Ik loop tegen beperkingen op en ontdek tegelijkertijd een schat aan mogelijkheden. Het zeepje waar ik mee ben gestart leidt stapsgewijs tot het opbouwen van een levensstijl, die zo maar eens wel heel gezond en verfrissend zou kunnen zijn. Een soort van bouwwerk ‘under construction’ zeg maar, waarin ik, hoe onwennig soms ook, het wel prettig toeven vind tot nu toe.