b(l)ij de stadsimker

Met De Bijrol bijenwasdoeken wil ik bijdragen aan het terugdringen van plastic en aluminium. Ik impregneer de doeken o.a. met bijenwas en ik heb het plan opgevat om iets terug te doen voor die ijverige leveranciers van deze was. Vandaag ontmoet ik de Stadsimker van Groningen, Bart van Egteren. Om meteen maar met de deur in huis te vallen: hij heeft meer dan 50 bijenvolken waar hij zorg voor draagt. Goed voor pak ‘m beet 3 miljoen Grûnneger iemen, oftewel honingbijen. In het sfeervolle LeRoy-huis in Lewenborg vertelt hij over zijn werkzaamheden.

Op diverse plekken in de stad heeft Bart bijenvolken. Het LeRoy-huis heeft een heuse bijenstal waarvan 8 bijenkasten van Bart. Buiten is het een kleurig geheel en op dit moment nog rustig wat de bijenvolken betreft. Bart daarentegen is al druk met de voorbereidingen voor het komend voorjaar. Denk aan het in de gaten houden van de bijenstand, bijenkasten repareren, raampjes voorzien van nieuw kunstraat en zo meer. Omdat de meer dan 50 bijenvolken door de hele stad te vinden zijn is Bart een soort van ‘vliegende keeper’ zou je kunnen zeggen.

Naast bijen houden is Bart ook druk met natuureducatie. Er worden maar liefst zo’n 70 tot 80 lessen gegeven aan basisschoolkinderen. Ze krijgen dan les over de bijen waarbij alle zintuigen aan bod komen: kijken, horen, ruiken, voelen en proeven. Het lijkt me een fantastische beleving en ik mag in juni een keer een les bijwonen. Naast deze lessen is vanaf april de cursus urban beekeeping, een jaarlijks terugkerend fenomeen, waarbij de basis van het stadsimkeren onderwezen wordt. Verder vergadert Bart regelmatig met de Stichting Groningen Bij-o-divers, die als doel heeft de biodiversiteit in de stad Groningen te bevorderen. Deze bezige Bart vindt naast al deze en nog meer activiteiten ook nog tijd om Sunhives te maken. Een Sunhive of een Weissenseifener Hängekorb is een hangende eivormige korf waarin de bijen hun raten kunnen bouwen zoals zij dat van huis uit in een holle boom zouden doen. Een prachtig stukje vakwerk die op een landgoed niet zou misstaan.

Imker en ambassadeur biodiversiteit (NBV) Marjolein de Jong is inmiddels ook aangeschoven. Hoe kijken Bart en Marjolein aan tegen het gebruik van bijenwas voor mijn doeken? Doe ik de bijen hiermee tekort? Wat is er waar van deze uitspraak die soms over de markt gonst? Ze leggen uit dat de bijenwas opnieuw gebruikt wordt voor het maken van kunstraten. Wat over is kan als grondstof dienen voor diverse produkten. Hetzelfde geldt voor hun honing ‘Stadsgoud’. De helft van de honing is voor de bijen zelf, het lijkt wel Honeyland, de film die momenteel in het nieuwe Forum te zien is. De overige honing wordt verkocht, in het geval van Bart en Marjolein in de Groningen Store in het Forum. Zowel wat bijenwas als honing betreft staat bij hen de honingbij op de eerste plaats.

Bart en Marjolein zitten boordevol ideeën, een ‘goud’ duo als je het mij vraagt, met hart voor de natuur, kennisoverdracht m.b.t. biodiversiteit en in het bijzonder de honingbij. Van Bart mag ik wat bijenwas betrekken voor de Bijrol. Met de verkoop van De Bijrol kan ik op termijn een donatie doen ter bevordering van het mooie en zinvolle werk van de Stadsimker. Vol inspiratie en met een gerust hart m.b.t. het gebruik van bijenwas ga ik huiswaarts. Ik ben weer helemaal b(l)ij.

opperdepop: kwestie van een eitje DIY

Wat tot nu toe voor mij werkt is het volgende. De spullen die ik nog heb maak ik op. Tegen de tijd dat de bodem in zicht komt, doe ik onderzoek naar een alternatief zonder plastic. Het internet staat vol recepten en DIY’s. Zelfs zo veel dat je gemakkelijk door de bomen het bos niet meer ziet. Voor mij geen hogere wiskunde: ik zoek zeg maar de grootste gemene deler en ga ervan uit dat dat dan waarschijnlijk het beste werkt. Dat probeer ik dan uit en als het me lukt wordt het een blijvertje. Hoe zit dat met eten? In plastic verpakte koekjes koop ik niet meer en wat doe ik dan met ‘het koekje bij de thee?’ Door de recepten voor vla en mayonaise, ga ik wat goo(g)/(ch)elen met eiwitten en eidooiers en ontdek ik verrassende koekjes. Een aantal smakelijke recepten op een rij.

Vanillevla: 900 ml. melk met een stukje van een vanillestok (open snijden, merg eruit schrapen en stokje + merg in de melk) aan de kook brengen. In een glazen kom 100 ml. melk, 75 gram suiker, 40 gram maizena en als laatste 4 eidooiers handmatig mixen met een garde. Als de melk bijna begint te koken, stokje eruit halen. Beetje warme melk aan het mengsel in de glazen kom toevoegen. Vervolgens dit geheel toevoegen aan de warme melk in de pan en nog even laten koken tot de gewenste dikte. Tot slot terug in de glazen kom en meteen afdekken met een deksel of bord. Tenzij je gek bent op een vel. Voor chocoladevla voeg ik nog 50 gram cacaopoeder toe. Op de site van Rutger Bakt zijn ook nog de varianten voor karamelvla, hopjesvla, bitterkoekjesvla en stracciatellavla te vinden. De vla is (h)eerlijk, en om te maken een fluitje van een cent. Een vanillestok is behoorlijke prijzig en dus gebruik ik kleine stukjes ervan. Door ze in een potje met gewone suiker te bewaren, maak ik tegelijkertijd vanillesuiker, dat is pas echt een eitje.

Mayonaise: 1 ei (kakelvers!), 2 theelepels mosterd, 1 eetlepel citroensap, 1 eetlepel azijn, peper, zout, en 300 ml. milde olie in schone glazen pot doen (bijvoorbeeld van augurken) waar de staafmixer in past. De staafmixer op de eidooier zetten en mixen, te beginnen op de bodem. Als het ei gaat binden met de mosterd de staafmixer al mixend héél langzaam omhoogtrekken. Blijven mixen totdat alle olie opgelost is. Variaties mogelijk met yoghurt, knoflook, honing etc. naar keuze. Ik gebruik zelf rijstolie, maar zonnebloemolie of een milde olijfolie kan ook. Circa twee weken houdbaar.

Kokoskoekjes 10 stuks: 2 eiwitten stijfkloppen. 80 gram kokosrasp (kruidenjuwelier op de markt) erdoor roeren met een lepel. Vervolgens 1 eetlepel kokosolie en 3 eetlepels honing er goed door mengen. Met twee eetlepels een soort van ovaaltje maken en deze op de met bakpapier beklede bakplaat vleien. Evt. een klein stukje chocola op de koekjes leggen of na het bakken de koekjes met vloeibare chocola bestrijken. 12 min. in de oven op 175 graden.

Maizenakoekjes 30 stuks: 3 eidooiers, 30 gram suiker, 8 gram vanillesuiker, 65 gram roomboter (kamertemperatuur) en 35 ml. zonnebloemolie mixen met de staafmixer. Hieraan 150 gram maizena en een halve theelepel bakpoeder toevoegen. 15-20 minuten in de oven op 170 graden, af laten koelen en dippen in 150 gram gesmolten chocolade (au bain marie) en vervolgens dit weer dippen in fijne stukjes cornflakes (blender) of iets ander krokants wat je lekker vindt, pinda’s bijvoorbeeld. De koekjes smaken een beetje als bokkepootjes.

Kattetongen 50 stuks: 100 gram roomboter (kamertemperatuur) mixen (staafmixer) met 100 gram poedersuiker, 8 gram vanillesuiker en een snufje zout. Hierna twee eiwitten door dit mengsel mixen en vervolgens de bloem met een spatel handmatig erdoor roeren. Tot slot het geheel in een spuitzak deponeren (is nog wel even een dingetje) en op naar de grande finale: Op twee bakplaten (met bakpapier) strepen van 5 tot 7 centimeter maken op voldoende afstand van elkaar. In de voorverwarmde oven (200 graden) schuiven en 5 tot 6 minuten bakken. Er even bij blijven voor het juiste resultaat, want zodra de randen beginnen te bruinen mogen ze eruit. Twee eiwitten, vijftig koekjes! En, zoals het spreekwoord dan luidt: Als katten muizen, mauwen ze niet.

Stap voor stap ban ik zo steeds meer plastic uit het huis. Er is nog genoeg over, daar niet van. Maar door steeds één ding aan te pakken en die in de herhaling te gooien, lukt het op zo’n manier dat er een nieuwe gewoonte ontstaat. Een kwestie van geduld en een eitje.

ont-moeten

Soms ontmoeten wij elkaar. “Dag mevrouw”. “Dag mijnheer”. “Waar kennen wij elkaar nog maar van?” “Van ooit, van de basisschool, waar onze kinderen op zaten”. “Oh ja”. “U bent al weer iets aan het maken?” “Ja, wacht maar even”, zegt hij. “Ik zal even een mooie voor u uitzoeken”. En hij overhandigt mij een uitnodiging voor de viering van het Chinees Nieuwjaar. In het Forum deze keer. Ik bedank hem. “Als ik kan, dan kom ik”, beloof ik. Earl Blijd heet hij, trainer en coördinator van Bao Trieu/Blijd, Wushu-vereniging waar de Chinese gevechtskunst beoefend wordt.

En een kunst, dat is het. Een week later schuif ik in het Forum tussen het publiek. Ik ben laat en mis de opening. Maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door wat ik zie. Stokken en waaiers worden ritmisch en knallend door de ruimte bewogen. Gevolgd door optredens met een geweldige lichaamsbeheersing. En dan tot slot de Drakendans waarbij de dansers, goed op elkaar ingespeeld, de gouden draak tot leven laten komen. Zo rolt hij van de roltrappen van het Forum naar beneden en doet zijn spectaculaire entree. De Gouden Draak gaat achter de Parel van de Wijsheid aan en baant zich een weg over de muur. Rent achter zijn eigen staart aan. Keert in zichzelf, van buiten naar binnen in een spiraalvorm. Beweegt weer naar buiten achter de Parel aan en ontmoet haar uiteindelijk in de eenheid van een dynamische cirkel. Waar de draak in sprookjes vaak voorkomt als monster dat overwonnen moet worden, is de draak in de Drakendans juist een hemels dier dat geluk met zich meebrengt.

Het is het jaar van de Metaal Rat. Omdat 2020 een even getal is, overheerst de Yang, de mannelijke energie. De combinatie van de Rat met Metaal en Yang kan duiden op een sterk en doelgericht jaar lees ik ergens. Vol verwachting open ik thuis het gelukskoekje dat aan het slot van de viering wordt uitgedeeld. Goed nieuws van een dierbare zal mij binnenkort bereiken, luidt de voorspelling binnenin. Glimlachend verorber ik het geluk.

Het jaar 2020 is voor mij begonnen met veel beweging. Een totaal andere energie dan 2019, die voor mij begint met stilstaan. Niets van mezelf moeten. Juist zonder doelen kijken naar waar ik sta en naar wat er op mijn pad komt. Wat past bij mij en wat niet? Ik doe veel inspiratie op tijdens mooie ontmoetingen. En juist in die ontmoetingen vind ik mijn eigen weg terug. Ont-moeten is ook een kunst. Vaak een gevecht met mezelf, want ik moet van mezelf nogal wat. Wat dat betreft kan ik nog wel wat leren van de Chinese vechtkunst. Laat ik dat maar sterk en doelgericht meenemen in het jaar van de Rat: ont-moeten.

toon hermans

einstein – één steen

“Als je doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg” Albert Einstein

Het regent in Australië. Eindelijk. ‘Cats and dogs’, dat dan weer wel. Scott Morrison, de premier van Australië ligt onder vuur. Zijn regering doet te weinig m.b.t. klimaatverandering is de kritiek en draagt zo bij aan de condities waarin bosbranden makkelijk kunnen ontstaan. Het is niet geloofwaardig om klimaatverandering direct verantwoordelijk te stellen voor een individuele bosbrand is zijn visie, zo lees ik in een landelijke krant van december 2019. Morrison stelt dat Australië slechts verantwoordelijk is voor 1,3 procent van de wereldwijde CO² -uitstoot en dat een snellere reductie geen merkbaar effect zal hebben op de branden, vermeldt het krantenbericht.

Ik ben begonnen met bijenwasdoeken verkopen. Ik red er de wereld niet mee. Ja, dat is zo. Maar als ik dat blijf zeggen, zodat het voor mij een reden wordt om niets te doen, dan blijft het ook zo. Dus maak ik bijenwasdoeken. Om met elke verkochte doek misschien een rol aluminium- of vershoudfolie uit de wereld te helpen. De Bijrol.

Gisteren heb ik deelgenomen aan een trainingsdag met als thema het tekenen van familieopstellingen. Familiesystemen inzichtelijk maken. Knopen ontwarren. Wat is mijn plek in het familiesysteem? Ik heb veel tijdens de training geleerd en nieuwe werkvormen, technieken en inspiratie opgedaan. En ook hier: Als er één ding verandert, dan verandert alles.

De Australische premier lijkt inmiddels zijn mening bijgesteld te hebben t.o.v. de klimaatverandering en de menselijke bijdrage daaraan. Opdat het zijn heetgeb(l)akerd land goed mag doen. Eén steentje, die in het water geworpen wordt, veroorzaakt een rimpeling die weleens verder zou kunnen reiken dan je in eerste instantie doet vermoeden. ‘Als je doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg’. Uitspraak van een man die wel wat ‘steentjes’ in de wereld geworpen heeft: Einstein, briljant kapsel, briljant brein en een briljante naam als je het mij vraagt. Einstein – één steen…, één steen…, één steen…

te hooi en te g(r)as

Dat moment dat je wenst dat je kunt zeggen “dat hebben de kabouters gedaan”. Dat je lekker bezig bent met iets, terwijl de was de wasmand uitpuilt, de stof onder het bed begint rond te dwarrelen, het toilet roept om een schoonmaakbeurt, en de boodschappen die in huis gehaald moeten worden zich alleen maar opstapelen in je hoofd. Als ik denk aan die kabouters denk ik aan Rien Poortvliet die daar ooit prachtige boeken over gemaakt heeft. Het boek Te Hooi en te Gras is ook van zijn hand. Een boek over boeren, vee en boerderijen en zo meer. Zoals we de boeren nu niet meer zien werken, maar waar menigeen misschien toch wel stiekem een beetje heimwee naar heeft. Terug in de tijd van opa’s en opoe’s.

Zoals daar is de hooikist. Een houten kist gevuld met hooi en die gebruikt werd om voedsel, die eerst op temperatuur gebracht was, te laten garen zonder dat daar verder gas of electriciteit aan te pas kwam. In meer moderne tijden werd hier ook het bed voor gebruikt en werd een pan met eten in dekens gewikkeld. Om het uren later warm en kant en klaar te kunnen nuttigen. Ontdekken dat een gebruik van vroeger zó goed is, dat deze het waard is om in ere te herstellen.

Ik ga aan de slag. Mijn eigen hooikist maken. Ik heb weinig tijd en zoek snel een kartonnen doos, een fleece deken en oude kranten. Op de ochtend van de Tweede Kerstdag laat ik stoofpeertjes een half uur koken en stop vervolgens het pannetje lekker in. ’s Avonds zijn de peertjes prachtig rood en nog lekker warm. Het werkt! De dagen erna houd ik boerenkool en soep warm. Ik laat eigengemaakte citroenolie trekken. En ik maak mijn eigen groentebouillon van opgespaarde restjes groente. Dat alles in de geïmproviseerde hooikist. Magisch vind ik het.

Groningers weten als geen ander dat de gasvoorraad niet onuitputtelijk is. Ik probeer te hooi en te gras alternatieven uit die voor mij werken op het gebied van ‘lief zijn voor de natuur’. En zo doet een oude kartonnen doos – van ooit een kerstpakket – dienst als de beste bezuiniging op gas ooit. Dat geeft, niet alleen met de kerstdagen maar het hele jaar door, een zeer feestelijk gevoel. Tegelijk een bezuiniging in tijd trouwens, want ik heb er geen omkijken meer naar. Dit moment. Mijn wens. Zeg maar een oude kabouter die het werk doet, maar dan in het jasje van 2020.

Op ‘hooikistavontuur’ kom ik in december een filmpje tegen over De Hooimadam. Het lijkt me leuk om zoiets zelf te gaan maken met mijn eigen stofjes en schapenwol van de Groninger stadskudde. Mijn buur(t)man brengt mij de afgelopen week zomaar spontaan een kersvers exemplaar omdat bij hem alleen de katten erin liggen en “wie weet kan jij er wat mee”. Op een verjaardag, gister nog, vertelt iemand over De Hooimadam. Drie maal recht is scheepsrecht. De kerstdozen kunnen weer op zolder. De Hooimadam, daar moet ik zeker wat mee…

opgeruimd het nieuwe jaar in

Onderweg voor de laatste boodschapjes aan het eind van het jaar zie ik een oudere man in een felgekleurd gemeentehesje. Bewapend met een karretje en afvalgrijper loopt hij langs de bosjes. Ik fiets terug, stap af en spreek hem aan. Hij vertelt mij lachend dat hij na een werkzaam leven ‘eigen baas’ is en – met steun van de gemeente – dit nu op vrijwillige basis doet. Hij is al bezig met de tweede afvalzak deze morgen. De eerste zat snel vol met o.a. een twintigtal drankflessen, achtergelaten na een ‘feestje’. We hebben het over het terugdringen van afval en plastics. De afvalzakken die hij vult, hergebruikt hij net zolang tot ze echt stuk zijn. De rol die hij van de gemeente gekregen heeft is nog lang niet op. Het is koud en ik vervolg mijn weg. Wat een mooi initiatief. En wat een schril contrast met een geheel ander karretje waar even later mijn blik op valt.

Boodschapjes in de tas, andere weg terug naar huis. Zie ik warempel weer eenzelfde karretje. Ditmaal vergezeld door drie afvalgrijpers en drie jonge mensen. Ik stap af en ga ook met hen in gesprek. Andere bosjes, zelfde verhaal. Veel afval die achtergelaten wordt. Veel sigarettenpeuken ook. Ze hebben nog niet veel ‘meters gemaakt’, maar afval des te meer. Hoe zijn ze tot dit initiatief gekomen? Ze zijn lid van Zero Waste Groningen. Via deze Facebooksite worden er diverse evenementen georganiseerd, waarvan dit er eentje is. Gemeente Groningen, MilieuStewards, Afvalcaddy zijn zo wat termen die tussen het oprapen van afval met mij uitgewisseld worden en waarvan meer te lezen is op de website Groningen Schoon Dankzij Mij.

Ik mag van de Zero Waste groep foto’s maken. Ze doen dit naast hun werk of studie in wisselende samenstelling op wisselende tijdstippen. Helden! Na onze ontmoeting en foto’s waarbij mij een blik gegund wordt in de afvalzakken fiets ik opgeruimd naar huis. Hoewel ik nog geen vuiltje van de straat geplukt heb. Het nieuwe jaar kan wel wat opruimacties gebruiken. Zero Waste Groningen. Om te beginnen…

kniepertjes, oud en/of nieuw

Een winterborrel op het plein waar ik aan woon. Koud. Heerlijke hapjes. Soep, chocolademelk en glühwein om op te warmen. Vuurkorven ook. Buurtgenoten ontmoeten. Hartverwarmend. Ik heb kniepertjes gebakken. Symbolisch voor het uitgerolde oude jaar. Net zoals nieuwjaarsrolletjes voor het nieuwe nog opgerolde jaar staan. Je zou de kniepertjes ook kunnen beschouwen als het jaar dat voor je ligt: open, nieuw, als een onbeschreven blad. Met het achterliggende jaar als een tapijtje keurig opgerold. Zo kun je volkomen legitiem een totaal andere visie uitrollen over het kniepertje en het rolletje. Het is maar vanuit welk perspectief je het bekijkt.

Het oude jaar begint voor mij met stilstaan. Stilstaan, bezinnen en – soms letterlijk – kijken wat er op mijn pad komt. Dat wat zich toevallig lijkt voor te doen uitpakken als kadootjes. Ervaren dat dat juist wegwijzers blijken te zijn. Goed kijken, daar begint voor mij alles mee.

Al jaren wordt er elk jaar een ‘woord van het jaar’ gekozen. Het is interessant hoe diverse woorden een afspiegeling vormen voor wat zich afspeelt in de maatschappij. Mijn persoonlijk woord van het jaar is het woord ‘transitie’. O.a. onderzoeken hoe ik me m.b.t. afval kan verhouden tot Refuse, Reduce, Reuse, Recycle en Rot. Vijf maal ‘R’ van de dames van het Zero Waste project. Ik merk dat het woord ‘transitie’ mij inspireert tot een andere ‘R’, namelijk die van Remake. Van oude of bestaande dingen nieuwe dingen maken: kleding, kadootjes, tasjes, bijenwasdoeken… Zo heeft stilstaan me meer in beweging gebracht dan ik van te voren had kunnen bedenken.

Wat het nieuwe jaar gaat brengen? 2020, een bijzonder getal. Opdat het een bijzonder jaar mag worden met nieuwe mogelijkheden van groei en een toekomstvol perspectief. Eigen woorden ontdekken. Daarbij zoveel mogelijk mooie momenten delen met elkaar. Het vuurtje warm houden. Voor het overige, ‘De Weg’ van Toon Hermans:

Liefde, vreugde of verdriet wat op je weg komt weet je niet dus kijk maar niet zo ver vooruit het heeft geen nut, je ziet geen fluit.

van ‘ranzige’ restjes tot feestmaal

Het jaar loopt bijna op zijn eind. De periode rond Kerst en Oud en Nieuw ervaar ik als een wat rommelige tijd. Een tijd van verjaardagen en feestdagen. Van terugblikken op wat geweest is. Een tijd van opruimen, administratie bijwerken, zorgverzekering bekijken. Genieten van samenzijn met familie en tegelijk verlangen naar rustmomenten. Behoefte aan ‘stil’ worden. Geen input meer van buiten. Restanten in mezelf opschonen om opgeruimd het nieuwe jaar tegemoet te treden. Zoiets.

Met betrekking tot restanten blijken ‘ranzige’ restjes als culinaire ingrediënten te dienen in gerechten. Ik ontdek een eigengemaakte groentebouillon gemaakt van groenteafval die ik normaal gesproken in de biobak deponeer. Het gaat hier om bijvoorbeeld het kontje van de courgette, een stukje paprika, ui, prei, wortel, (niet teveel) kool, tomaat etc. De bouillon vormt samen met kruiderijen en zout een goede en gezonde basis voor een lekkere (maaltijd)soep. Ik hergebruik hierbij zelf het kookvocht van rijst. Een klik op de link en alle details zijn te lezen op de website van Karin Luiten. Ik ben gek op haar recepten zonder pakjes en zakjes. Al ver voor die term bestond, kookte ik al zoveel mogelijk met verse ingrediënten. In mijn geval een noodzaak – ik heb een voedselallergie – die mij uiteindelijk tot creatieve kookhoogten bracht. Wat ik doe is alle ingrediënten op de pakjes en zakjes uitpluizen en deze vers in mijn eigen pannetjes husselen. Recepten lezen en aanpassen. Nieuwe dingen uitproberen. Vooral kruiden zijn op dit gebied onmisbaar. Koken is op deze manier voor mij een ontspannende bezigheid geworden waar ik echt van kan genieten.

Nog een smakelijke ontdekking is bananenijs. Het blijkt een recept te zijn afkomstig uit het boek ‘Eet goed’ van Johan Rockström e.a. ‘Verbeter de wereld, start in je eigen keuken!’ In zijn kookboek ‘Eet goed’ zijn gerechten te vinden die niet alleen duurzaam zijn, maar ook gezond en lekker. Laat dit nou aansluiten bij mijn zoektocht ‘wat-kan-ik-nog-doen-met-die-rijpe-ik-lust-hem-niet-meer-maar-weggooien-kan-altijd-nog-banaan’. Link aanklikken en starten maar. Wat erg lekker is, is een combinatie van zelfgemaakt bananenijs, blanke vla, beetje slagroom en wat schaafsel van chocolade(letters). In een handomdraai een heerlijk nagerecht op tafel die smaakt naar de bananensoes van de banketbakker. Bij toeval ontdekt door restjes bij elkaar te zoeken.

Sowieso een leuke manier van koken. Eerst kijken wat je wilt opmaken uit de voorraadkast, koelkast en/of vriezer. Zelf iets bedenken of recepten erbij zoeken en geheid iets anders op tafel zetten dan je normaal doet. En wat te denken van het nat van augurken? Dit is heel smaakvol in een dressing in bijvoorbeeld een witlofschotel. Een stukje verspilling terugdringen en resten omzetten in iets nieuws. Ook hier: de boel opschonen en opgeruimd het nieuwe jaar in. Een rommelig restje oudjaar zeg maar met een gouden randje.

bijenwasdoek, een kadootje in je koelkast

De rol aluminiumfolie is op. In de supermarkt toevallig ook. Ik bedenk me hoe automatisch ik toch bijna weer iets aanschaf wat ik misschien ook wel kan laten. Want wat is het alternatief voor dat handige aluminiumfolie, maar ook plastic vershoudfolie of die plastic boterhamzakjes? Restjes bewaar ik inmiddels in glazen schaaltjes met een schoteltje er bovenop. Lege boterkuipjes laat ik meerdere levens leiden door er maaltijden in te bewaren of in te vriezen. Dit laatste soms tot grote hilariteit van mijn huisgenoten als ze een boterhammetje denken te gaan smeren en onder de deksel ineens de rode kool van een dag eerder aantreffen. Maar wat doe ik bijvoorbeeld met een halve ui? Of een stukje kaas?

Mijn gestruin op internet levert vruchten op. Bijenwasdoek blijkt een milieuvriendelijke vervanger te zijn. Deze is gemaakt van katoen en ideaal voor het bewaren van groente, fruit, kaas, brood en koek. Ook kun je er een schaaltje mee afdekken. Door de antibacteriële werking van bijenwas en jojoba-olie blijven vegetarische produkten vers en houdbaar, ook in de vriezer. Niet geschikt voor vlees, vis en warme produkten. Na gebruik afwassen met afwasmiddel en koud water (bij warm water smelt de olie uit de doek). Even drogen, oprollen en in een koele ruimte bewaren voor een volgende keer. De doek is 6-12 maanden bruikbaar, afhankelijk van de mate van gebruik.

Ik besluit zelf aan de slag te gaan. Dunne katoenen lappen, bijenwas, jojoba-olie, een weegschaal, een pan, een glazen pot, een kwast, bakpapier, een strijkijzer én een dag verder heb ik een stapel bijenwasdoeken in alle soorten en maten. Het ruikt in huis heerlijk naar bijenwas en ik ben diep tevreden. Nu de proeven op de som. In drie leuke doeken worden een stuk koek en een lunch meegenomen naar school. Ik pak de donkere toppen van bananen in (dan blijven ze heel lang houdbaar namelijk), mijn halve ui, een prei, stukken kaas.. Waar ik me afvraag of de geur van bijenwas in het eten trekt, blijkt het tegenovergestelde te zijn. De bijenwasdoek neemt de geur van het bewaarde eten erin op. Misschien wel slim om bepaalde doeken voor één bepaald produkt te gebruiken. Met mijn warme handen druk ik de doek goed aan, en het blijft mooi zitten. Dat scheelt een hoop plastic en aluminium. Zo maak ik kadootjes voor in de koelkast, een vrolijke boel. Daar kan ik wel wat mee.