hoor de wind waait..

Sinterklaas is officieel weer uit het land. En dat is maar goed ook. De nacht volgend op het ‘heerlijk avondje’ is tumulteus en ik word meerdere malen wakker als de wind raast door de hoge bomen vlak bij ons huis. De goedheiligman kan met goed fatsoen het dak niet meer op.

Op ‘black friday’ tref ik de kassière van de plaatselijke supermarkt in zwarte kleding. Ze straalt. ‘Ik voel me veel fijner in mijn eigen kleding en het staat toch ook veel leuker dan het verplichte winkeljasje’, vertrouwt ze me toe. Ik wens haar een ‘prettige zwarte zaterdag’. ‘Black friday hè’, corrigeert ze me lachend. Hoe kom ik nou weer bij zwarte zaterdag? Dat is pas twee seizoenen verder. ‘Was het maar vast weer zomer’, zegt ze. Ik pak mijn boodschappen in en zie dat een donker getinte man inmiddels klaar staat om af te rekenen. En dan gebeurt het. In mijn gedachten: ‘Wat hebben we gezegd? Black friday, zwarte zaterdag, kan dit gesprek wel door de beugel gezien vanuit de donkere man?’ Verward fiets ik met mijn boodschappen aan het stuur naar huis. Wat hangt er in de lucht? Sinds wanneer is het woord ‘zwart’ zo beladen? Met de komst van Sinterklaas is het zwartepieten weer begonnen. Elkaar woorden in de mond leggen die niet worden gezegd, gedachten toedichten die niet worden gedacht. Zwart-wit denken, racisme, ik word er heel verdrietig van.

De dag daarop zie ik een dweilorkest in hartje stad, als ik van de markt naar mijn fiets loop. Zwarte pieten en roetveegpieten lopen door elkaar en stemmen hun instrument. Op een gegeven moment groeperen ze samen en de trommelpiet zet in. Glimlachend publiek. ‘Hoor de wind waait door de bomen..’ en ‘makkers staakt uw wild geraas..’ Uit de context genomen, krijgen deze regels ineens wel een heel bijzonder karakter. Het lijkt alsof de natuur ons een spiegel voorhoudt en ons laat zien waar we mee bezig zijn. Laten we letterlijk én figuurlijk bomen planten, zodat de wind kan luwen. Omdat alles omver blazen gewoon geen optie is.

stel je voor

elkaar bij de namen

onbevangen

elkaar in de ogen

samen één

elkaar de hand

de juiste toon

elkaar in de ander

stel je voor

groeimodel

In het kader van Nederland Leest is elke maand november een gratis boek te verkrijgen in de bibliotheek. Deze keer is dat ‘Winterbloei’, een boek van Jan Wolkers over zijn liefde voor de natuur. Met een glimlach denk ik aan ‘De Achtertuin van Jan Wolkers’, in 2002 en 2003 uitgezonden in het programma ‘Villa Achterwerk’ en neem het geschenkboekje mee. Ik ben verrast als ik het voorwoord van Ronald Giphart lees, waarin hij een informatief maar vooral een warm pleidooi voor verduurzaming over het papier strooit. Met de krachtige slotwoorden: “Lees. Ga in gesprek. Spread the word.

In het voorwoord van Giphart staan ook een paar woorden waar ik even blijf hangen. Ben ik een ‘deugmens’, een ‘moralistische doordrammer’, een ‘klimaatgekkie’, een ‘doemdenker’, een ‘angstaanjager’ of een ‘zwartkijker’ door me met duurzaamheid bezig te houden? Ik houd mezelf regelmatig onder de loep en koester geen illusies. Ook het thuisfront maakt dat ik met beide benen op de grond blijf staan m.b.t. het terugdringen van plastic. Wat voor mij als een soort van vrijblijvend onderzoek begint, ontvouwt zich ondertussen wel langzaam tot een manier van leven die haaks staat op het lukraak produceren en consumeren. Bijna dagelijks kom ik prachtige initiatieven en evenzovele doemscenario’s tegen in de media. Ik stel mezelf de vraag: ‘Wat heeft de aarde mij te bieden?’

Een grote grijper die afval verplaatst met daarin handen die madeliefjes omringen, is het beeld dat aan mij verschijnt. Deze collage geeft mij inzicht in hoe ik in het leven van dit moment sta. Ik heb werkelijk geen idee van waar het naartoe gaat met deze planeet; denk ook niet dat van alle duurzame initiatieven één op één is vast te stellen welke uitkomsten ze precies zullen hebben. Gewoonweg omdat alles met alles samenhangt. Het enige wat ik kan bedenken in deze chaotische tijd is, bij wijze van spreken, de madeliefjes koesteren. En hopen dat we zo, net als vaak op de kermis, de dans van de grijper ontspringen. Daarbij me tegelijkertijd verhouden tot afval. Afval is dat waar we ons van ontdoen, in bredere zin zou je kunnen zeggen: dat wat we loslaten. Zo bezien staat afval symbool voor verandering met ruimte voor vernieuwing. Een soort van groeimodel.

De aarde biedt mij de de mogelijkheid om me met groei bezig te houden en zo tegelijkertijd zelf te groeien. Ik moet denken aan een uitspraak van Martin Luther King jr.: Even if I knew that tomorrow the world would go to pieces, I would still plant my apple tree. Had hij een vooruitziende blik? Sowieso een goed idee, bomen planten. In hoopvolle verwachting. Spread the word.

Groeimodel I

niet meer waar zij waren, altijd waar wij zijn

Vandaag is het ‘Eeuwigheidszondag’ in de protestantse kerk. Net als bij ‘Allerzielen’ in de rooms-katholieke kerk worden de gestorvenen van het afgelopen jaar herdacht. Eeuwigheidszondag, ik ken die naam nog niet, maar het klinkt wel mooi. Niet speciaal vandaag, maar zo af en toe slaat het gemis bij mij toe. Meestal op heel onverwachte momenten, veroorzaakt door een bepaald geluid, een geur, iemand die iets zegt, het kan van alles zijn. Zo werd ik vorige week met een schok teruggeworpen in de tijd: in de krant staat een foto met daarop een man die zo sprekend op mijn vader lijkt dat mijn hart even stil staat. Ineens bevind ik me 21 jaar van hier aan het sterfbed van mijn vader en ik voel het gemis bijna lijfelijk.

“Zij die wij liefhebben en verloren, zijn niet meer waar zij waren, maar altijd waar wij zijn”. Een zin die ik lang geleden eens tegenkwam, een beetje raadselachtig toen, een stuk duidelijker nu. Het is hard iemand fysiek nooit meer te kunnen aanraken, omhelzen.. Een gesprek te voeren.. Een lach te horen.. Een geur.. Een gebaar.. Gekkigheid.. Daarvoor in de plaats komt een soort van nieuwe relatie ervaar ik. Irritaties, onhebbelijkheden en gedoe verdwijnen naar de achtergrond. Wat overblijft is de kern van iemand die zich steeds meer met mijn eigen kern verweeft. Een soort van reisgenoot in mijn leven. Die ik in mijn hart ontmoet. En die zo heel dichtbij is. Dichterbij dan ooit.

Zo reizen er veel mensen uit het verleden nog met mij mee. Ik kom ze soms tegen in mijn dromen. Sommige kende ik kort, sommige lang. Soms is het maar een zinnetje van iemand, die me in een moeilijk moment ergens doorheen sleept. Soms een bepaalde uitstraling van iemand die me energie geeft. Al naar gelang de situatie een scala van richtingaanwijzers op mijn pad. En dus steek ik vandaag een kaarsje aan. Omdat ik dankbaar ben dat de mensen ‘van voorbij’ in mijn leven waren en dat ze nog steeds bij mij zijn.

Van een mandarijn en zonnebloem- of olijfolie kun je heel eenvoudig een kaarsje maken, lees ik in het huis-aan-huisblad. Drie mandarijnen, een stinkende keuken en een doosje lucifers verder geef ik de pijp aan maarten. Maar vandaag probeer ik het nog een keer. De crux zit ‘m in het wachten. Niet een paar minuten, maar toch zeker wel een uur. Deze keer lukt het. Ik ben blij. Het kaarsje brandt al langer dan 4 uur. Geen eeuwigheid, maar genoeg om een warme gloed te verspreiden naarmate het donkerder wordt.

bloggen, link(s) en recepten

Het bloggen is een onderzoek op zichzelf wat betreft mijn computervaardigheden. Ik heb regelmatig een beroep gedaan op het thuisfront en de computer net zo regelmatig vervloekt. Uren gespendeerd om iets uit te zoeken hoe iets werkt op mijn website, met wisselend resultaat. Waar ik eindeloos geduld op kan brengen om alternatieven voor plastic te zoeken, ideeën voor een workshop te bedenken of recepten uit te proberen, heb ik een ontzettend kort lontje m.b.t. mijn computeruitdagingen. Schiet mij maar lek als ik probeer te snappen hoe de wondere virtuele wereld werkt. Het is een slagveld waar ik me met moeite doorheen worstel en het lijkt soms wel of ik op oorlogspad ben. Link word ik ervan.

Maar wat ben ik trots als mijn eerste blog gepost is, mijn eerste foto geplaatst, mijn eerste pagina gemaakt, mijn eerste fotocollage gelukt. En nu heb ik de ‘link’ ontdekt. Liefde op het eerste gezicht. Magisch vind ik het. Onder elk gekleurd woord ligt extra informatie als je erop klikt. Een mogelijkheid die het gebruik van mijn website zoveel makkelijker maakt. Het is als een recept die, als je de juiste ingrediënten gevonden en gemixt hebt, smaakt naar meer. Op naar de – tot nu toe beproefde – recepten dan maar:

Vloeibare zeep voor zeeppompje of douchefles: 40 gram zeepvlokken oplossen in 1 liter kokend water. Om zeepvlokken te maken snij ik met een aardappelschilmesje stukjes van een zeepblok af. Een paar uren laten afkoelen totdat het een stevige substantie geworden is. Loskloppen tot een egaal geheel (ik doe het gewoon met een lepel) en vullen maar. Tot nu toe gebruik ik zeep die ik nog in huis heb. ‘Dove’ zeep werkt niet zo goed heb ik gemerkt. ‘Zwitsal’ zeep daarentegen werkt prima. Af en toe even schudden voor gebruik. Een dingetje is wel dat op de diverse websites die ik raadpleeg veel verschillende hoeveelheden worden aangeven. Een beetje uitproberen dus.

W.c.-eend voor het binneninterieur van de w.c.-pot: Een ferme eetlepel groene zeep oplossen in 600 ml kokend water. Hier 300 ml witte azijn en een ferme eetlepel baking soda aan toevoegen. Rustig aan want het gaat bruisen. Tot slot eventueel wat citroensap toevoegen voor de geur en de bleek. Vullen in een bewaarde fles.

Schoonmaakmiddel voor (snelle) schoonmaakklusjes: Een beetje Marseillezeep of Castillezeep raspen en oplossen in kokend water. Zelf heb ik een voorraad van 2 liter Marseillezeep – 80 gram zeep opgelost in kokend water – en hiervan doe ik 2 scheuten in een bewaarde fles. Twee eetlepels baking soda erbij en vervolgens heet water toevoegen totdat het een vloeibaar geheel is. Ik gebruik het in een sopje, maar het is ook goed bruikbaar in een spuitfles voor de snelle schoonmaakklusjes.

Wasmiddel voor de bonte was: 40 gram Sunlight zeep (zeepvlokken maken) oplossen in 1 liter kokend water. Als de zeepvlokken opgelost zijn nog 1,5 liter warm water toevoegen. Een paar uren af laten koelen, loskloppen en in een bewaarde fles gieten. Wasmiddel voor de witte was: Hetzelfde als voor de bonte was met als toevoeging 40 gram soda. En eventueel een lepeltje biologisch zuurstofbleekmiddel, te koop bij de Wiershoeck. De werking hiervan moet ik zelf nog ondervinden. Mijn witte waspoeder is nog (lang) niet op want mix ik tegenwoordig met de helft soda. Sunlightzeep kun je ook vervangen door Marseille-, Castille- of Aleppozeep.

Wasverzachter voor de kleur en de geur: Een scheut azijn (behoud van kleur) met een aantal druppels etherische olie. Citroenolie bij de witte was (versterkt het witmakend en vetoplossend effect). Lavendelolie (mijn eigen favoriet) of eucalyptusolie (helpt tegen huisstofmijt) bij de bonte was.

Uit alle websites, en dat zijn er nogal wat (hoera!), heb ik mijn eigen keus gemaakt. Dat wat het beste bij mij past. Ik heb ontdekt dat er vele wegen naar een schoon Rome leiden. Met bovenstaande heb ik in ieder geval een aantal plastic flessen kunnen reduceren. Middelen kunnen maken die dichter bij de natuur liggen. Het uitzoeken en experimenteren is best een hele klus. Het maken daarentegen een fluitje van een cent. Ik voel me als Tita Tovenaar als ik in mijn ‘zeeppan’ een brouwsel maak. En dat alles met een bLINKend resultaat.

Sint Maarten: Mien Lutje Lanteern

11 November is de dag: Sint Maarten. Kinderen komen met hun prachtige zelfgemaakte lampionnen bij de deur om te zingen voor wat lekkers. Mien lutje lanteern is zo’n liedje op zijn Gronings: Mijn kleine lantaarn. Zelf ben ik op pad gegaan voor plasticvrije lekkernijen die spreekwoordelijk met een lantaarntje te zoeken zijn. Los van Sint Maarten ben ik vaak met dit ‘lantaarntje’ onderweg als ik een alternatief voor de plastic verpakkingen wil vinden. Groningen, waar vind ik wat…

DROPPIE: een heerlijke drop- en snoepwinkel in het centrum van de stad. Ik maak een keus uit de vele heerlijkheden (die geur!) en koop twee meter kabeldrop die ik in stukken kan verdelen, drop- en kaneelstaven en échte toverballen. Pure nostalgie. Maar vooral natuurlijk erg lekker én zonder plastic.

GROENTE- EN WARENMARKT: hier koop ik mandarijntjes die ik in mijn meegebrachte stoffen tasje laat glijden. Op de markt koop ik sowieso op dinsdag, vrijdag of zaterdag alle etenswaren zonder plastic. Met een aantal uitzonderingen tot nu toe: broccoli, kaas en (heel af en toe) gerookt spek. Mijn favoriete kraam is nog steeds de kruidenjuwelier, waar overigens ook allerlei losse thee verkrijgbaar is. Sinds de eerste keer voel ik me inmiddels helemaal thuis op de markt en weet er mijn weg te vinden. Tevens is het een grote motivatieboost voor mij: ik tref veel mensen met zelf meegebrachte tasjes en bakjes.

LE SOUK: de Noord Afrikaanse bakker en kruidenier. Hier kun je allerlei produkten in zelf meegebrachte bakjes en zakjes halen al vergt dat enige creativiteit en uitleg. Sommige produkten zijn duurder (pasta, fêta), andere weer goedkoper (gierst, kruiden). De winkel is een feest aan kleuren en geuren en zeker een bezoekje waard. Afhankelijk van de eigen portemonnee de keuze om mooie produkten plasticvrij in huis te halen.

I.S.A. ‘Al Nour’: Al eten we nog maar weinig vlees en is plastic niet helemaal weg te denken om vlees in te vervoeren, bij Al Nour kan ik in een eigen meegebracht bakje vlees halen. Ik gebruik daarvoor bijvoorbeeld een leeg boterkuipje. Heb ik deze niet bij me dan laat ik één plastic zakje om het vlees doen i.p.v. twee. Vergeleken met de supermarkt bespaar ik sowieso een hoop plastic op die manier. Vermeldenswaard is dat het vlees kwalitatief erg goed is en heerlijk smaakt. Ook losse groenten en fruit zijn verkrijgbaar bij Al Nour. Dat is vooral handig als ik iets nodig heb op een dag wanneer er geen markt is.

FAM. GROENDIJK: een geweldig bedrijf waar je aan de weg heerlijke yoghurt (in glas) kunt kopen en tussen 16:30 en 18:30 uur rauwe melk kunt halen in een eigen meegebrachte fles of kan. De melk leent zich prima voor het maken van vla (maar dat is weer een ander verhaal). Ik moet bekennen dat het tijdstip voor mij wel een dingetje is (vooral in de wintermaanden), en dat dit mij er momenteel van weerhoudt om op mijn fiets te stappen richting de melktap.

LUSH: in Utrecht heb ik in de maand mei een voorraadje ingeslagen aan zeepjes, shampoobars, gezichtsolie en een moisturing bar in de vorm van een stick. Het is nu een half jaar later, de voorraad is nog steeds in gebruik en over een zeepje van 50 gram doe ik ongeveer 3 maanden bij een douchebeurt van ongeveer 2 à 3 keer per week. Een alternatief voor Lush heb ik gevonden op de Ommelander Markt, bij Crusoe Skincare. De deodorant moet ik nog uitproberen maar Annika Crusoe maakt prachtige zeepjes waar ik wel vertrouwen in heb.

Sint Maarten mag komen, ik ben er klaar voor. Ik ben benieuwd naar de reacties van de kinderen. Vinden ze het wat? Zo niet, mijn huisgenoten zijn op voorhand al enthousiast voor het geval er wat over blijft. Mien lutje lanteern, ik zai die zo geern, doe daanst deur de stroaten dat kist ja nait loaten. Mien lutje lanteern, ik zai die zo geern.

werk in uitvoering: grote verbouwing

Kozijn even verven, oh, de muur is ook wel aan een verfrissing toe, hm, zullen we de vloer dan ook maar vernieuwen, en hé, de meubels passen niet meer in het nieuwe interieur… Zoals een kozijn dat een likje verf nodig heeft zomaar kan leiden tot een grote interne verbouwing, zo leidt mijn zoektocht naar een leven zonder onnodig plastic tot een heuse omwenteling. Van het één komt het ander. Want als ik geen koekjes koop die in plastic verpakt zijn, wat is dan het alternatief? Of mayonaise uit een plastic fles? WC-eend? Melk? Pasta’s? En dus koop ik losse koeken op de markt, of bak ze zelf. Leer ik zelf mayonaise maken. Brouw ik een bruisend goedje voor in de WC. Ga ik een keer naar de boer voor verse melk. Bezoek ik een winkel waar je zelf allerlei pasta’s (en nog veel meer) kan scheppen in eigen meegebrachte tasjes.

Zo sta ik onbedoeld vaker in de keuken dan ooit. Lekkere recepten uitproberen. Met verse ingrediënten. En verdiep ik me in biologisch voedsel. Lees ik boeken, raadpleeg blogs, volg de krant en ga naar de film ‘the Biggest Little Farm’. Het wordt me duidelijk hoe ver we van dé en daarmee onze eígen natuur afgedwaald zijn. In mijn ‘zeeppan’ maak ik zeep, schoonmaakmiddel, wasmiddel… Voor dat laatste lees ik dat je ook kastanjes kunt gebruiken. En zo zit ik ineens als een kind voor de wasmachine door het raampje te kijken, of kastanjes echt gaan schuimen. Of als een analist de WC-pot te bestuderen na een schoonmaakbeurt met mijn alternatieve ‘WC-eend’. Deed ik dat voorheen eigenlijk ook? Nope, blindelings vertrouwen in de chemische, neonkleurige en vooral sterk ruikende middelen.

Al mijn experimenten kosten tijd. En aandacht. Ik word blij als ik een goede vervanger vind. Maar moedeloos als mijn mayonaise de eerste keer mislukt. En moe van het uren in de keuken staan. Of gefrustreerd als ik ontdek dat goed en onverpakt voedsel vele malen duurder is dan het neefje of nichtje in plastic. Daarnaast ontdek ik dat mijn uithoudingsvermogen het wint van mijn frustratie. En dat ik best wel geduldig en geconcentreerd met een klus bezig kan zijn. Ook brengt mijn zoektocht me op plekken in de stad, waar ik nog niet eerder was en spreek ik met mensen die ik niet eerder sprak. De tijd en aandacht leveren zo wel degelijk wat op. Het is een soort van actieve mindfulness zonder me daarvoor op een matje te hoeven vleien. Een mindfulness die me wel bevalt. Ik merk dat ik langzamerhand meer rust voel, meer geniet van het eten, meer respect heb voor de natuur, meer dankbaarheid ervaar voor alles wat er wél is, meer om me heen kijk.

Ik loop tegen beperkingen op en ontdek tegelijkertijd een schat aan mogelijkheden. Het zeepje waar ik mee ben gestart leidt stapsgewijs tot het opbouwen van een levensstijl, die zo maar eens wel heel gezond en verfrissend zou kunnen zijn. Een soort van bouwwerk ‘under construction’ zeg maar, waarin ik, hoe onwennig soms ook, het wel prettig toeven vind tot nu toe.

rafelige randjes

Rafelige randjes, ik ben er naar op zoek. Daar schuurt. Daar valt op. Daar gebeurt. Daar is niet af. Daar valt mijn blik. Daar leg ik verslag. Open eindjes.
De schoonheid van het imperfecte. Zoals onze schuttingdeur. De bovenrand is aan het brokkelen. Niet echt netjes om te zien. Wespen denken daar anders over. Die knagen graag een randje mee.
De deur nodigt uit voor experiment met spuitbussen verf. Rafelige randjes. Om uit te leven. Te laten inspireren.


Alles is aan slijtage onderhevig. Het proces van vergankelijkheid. Zodra we geboren zijn kijkt de dood om de hoek. Geboorte en dood zijn met elkaar verbonden als twee kanten van één medaille.
Als mens rimpelen we door de tijd. Net als de schil van de passievrucht. Die is in no time verschrompeld tot een hard kronkelig soort van notendopje. Maar wat maken ze nu een leuk geluid. En wat vormen ze nu een mooie ondergrond voor een likje verf. Windmobiel.
Open eindjes…  leggen niet aan banden, bieden mogelijkheden, inspireren, gooien alles in de lucht, telkens weer opnieuw beginnen.

sealed for your protection

Als ik onnodig plastic wil verminderen begint dat door het gewoonweg niet meer in huis te halen. Gewoonweg. Gewoon weg. Was het maar zo gemakkelijk. Een maand lang fotografeer ik zoveel mogelijk wat ik zelf (mijn huisgenoten niet meegerekend) aan plastic in de prullebak deponeer. Om te kijken hoeveel dat nou eigenlijk is. En tel 142 items om precies te zijn, een gemiddelde van zo’n 5 stuks per dag. Ik laat er even een fictief rekensommetje op los. Voor een heel jaar komt dat neer op 1825 stuks p.p. Vermenigvuldig je dit getal met het aantal inwoners van de stad Groningen dan kom je uit op 422.221.050 stuks. Voor een land als Nederland kom je dan uit op 31.688.799.950 stuks. Meer dan 86 miljoen stuks plastic per dag, netjes weggegooid in de prullenbak. Plastic om het produkt te beschermen, mij te beschermen, mijn gemak te dienen, aan mijn luxe gevoel tegemoet te komen, mij te verleiden, mij plezier te bezorgen… plastic is natuurlijk ook gewoon hartstikke handig en goedkoop. Plastic is niet het probleem. De manier waarop wij met plastic omgaan is het werkelijke probleem. Het is een zelf gecreëerd probleem die ook zelf op te lossen is. Als alles deel uitmaakt van een groter geheel, kun je het groter geheel alleen maar veranderen door een deel daarvan aan te pakken. De plastic verpakkingen zijn nog maar zo’n 60 tot 70 jaar op de markt. Het eenmalig gebruik van niet afbreekbaar materiaal zorgt voor het grootste probleem. Het zomaar laten slingeren buiten is een ander deel. Of verliezen in zee (containers). Of weg laten spoelen in het oppervlaktewater (kleding, schuursponsjes, scrub douchegels). Niet afbreekbaar. Plastic verdwijnt niet. En breekt hiermee wel onze natuur af. ‘Sealed for your protection’ geeft in dat licht bekeken ineens een wel hele wrange bijsmaak. Je zou ook kunnen zeggen dat het de giftige appel is, die Sneeuwwitje nietsvermoedend aangeboden krijgt door de heks. Met haar loopt het uiteindelijk goed af. Met een schok. Dat wel.

Plastic Free July: Plastic Free Life?

Augustus, de oogstmaand, loopt op zijn eind. De vakantie in de rugzak, de koffers op zolder en de foto’s in de pocket. School en werk over de drempel. Wat is er overgebleven van Plastic Free July? Hoe nu verder? De markt is nog steeds mijn favoriete plek waar ik veel groente en fruit in meegebrachte tassen en zakken laat deponeren. Daarnaast houd ik ook de supermarkten in de gaten. Ook hier kan ik af en toe voor een leuke prijs losse groente of fruit meenemen. Een dun tasje is hiervoor ideaal. Wat betreft persoonlijke hygiëne is met uitzondering van de tandpastatube en de tandenborstel mijn plasticgebruik gereduceerd tot nul. Op het gebied van koek en snoep, kleding wassen, huis schoonmaken en wat dies meer zij, ben ik aan het ontdekken en aan het experimenteren. Work in progress. En ben ik in de maand augustus niet ontevreden over de oogst tot nu toe. Het plastic wat in huis komt is zienderogen geminderd.

In de vakantie lees ik het boek ‘Het Zero Waste Project’ van Jessie en Nicky Kroon om me te laten inspireren. De leidraad ‘Refuse, Reduce, Reuse, Recycle en Rot’ pik ik eruit op als handig ezelsbruggetje. De zussen geven handige tips hoe ze hun afvalberg rigoreus verminderen. Niet van de ene dag op de andere, wel stap voor stap door de (vijf!) jaren heen. Diverse ‘doe-het-zelf-es’ passeren de revue. Successen en mislukkingen. Tips die je kunt ondernemen in je eigen omgeving. Recepten. Alternatieve produkten voor plastic gebruiksartikelen. Documentaires. Een lesje in plasticnummers. Waarvan je nummer 3 sowieso het best kunt skippen. Kleding! En ‘veranderen voor beginners’ opgedeeld in 2 fasen. Zero Waste gaat nog een stap verder dan Plastic Free Life. Per drie maanden komt hun afval nog neer op: Glas-Eén linnen tasje, Groen-Drie pedaalemmerzakken (waarvan nog een deel gecomposteerd wordt), Papier-Eén linnen tasje, Plastic-Eén half linnen tasje (m.u.v. incidentele onvermijdelijke/gekregen verpakkingen), Rest-Eén zakje (exclusief kattengrit). Zo, kom daar nog maar eens om. Ik ben onder de indruk.

En ja, waar doe ik het allemaal voor? In de vakantie beklim ik een ravijn. Ik heb het warm en er stroomt water. Waar ik van drink. Waar ik nog heel lang van wil blijven drinken. En wat ik de generaties na mij ook gun. Schoon water.

kopen zonder bakjes en zakjes

Gewapend met rugzak, een oude plastic tas en twee oprolbare stoffen tasjes begeef ik me naar de markt. Het weer is bestendig, in dit geval regen en wind in alle soorten en maten. Regenpak en handschoenen aan. Koud heb ik het zo niet. Bijna in de stad beginnen de klokken te luiden. Ik geniet van de geluiden van tikkende regendruppels op mijn capuchon en de galmende klanken die zich over de stad uitspreiden. In mijn ene jaszak heb ik 35 euro aan contant geld. Mijn boodschappenbriefje zit in het andere. Daar is na tijd niets meer van over. Alles voelt nat.

Wat staat er allemaal op? Avocado’s, courgette, broccoli, rode kool, paprika, aardappels. Bij elke kraam andere prijzen. Tijm, brood, kaas en olijven. Ik loop de hele markt eerst eens rustig over. Welke produkten kan ik waar vinden? Waar ik me in de supermarkt bijvoorbeeld aan erger: snoeptomaatjes in een plastic beker, champignons in een plastic bakje, blauwe bessen in een nog grotere plastic beker…, ook op de markt kom ik ze tegen. Dat schiet niet op. Verder maar weer. Bij de biologische kraam goeie kwaliteit die duur betaald wordt. Zo bekeken is dat meer voor mensen met een grote portemonnee. Ik vergelijk de prijzen met de supermarkt. Sommige dingen zijn goedkoper, andere weer duurder. Mijn tijdsinvestering: een uur en een kwartier. Broccoli is gehuld in plastic. Ook op de markt. Kaas gaat in een plastic zakje. De aardappels laat ik in mijn oude plastic tas deponeren. De olijven laat ik voor wat ze zijn net als het brood. Zijn beide een stuk duurder dan ik ze in de winkel koop. Anderhalf uur later kom ik blij thuis. Tevreden. Zelfs in de regen. Of misschien juist wel in de regen. Het schept een band merk ik. Samen door weer en wind. Fris en fruitig zeg maar.

Zo loop ik ongeveer twee maal per week over de markt. En ontdek ik steeds weer nieuwe kramen, verkopers en hun produkten. Wat bespaar ik zo aan plastic? Ik noem: een plastic zak van de aardappels, van de appels, fruitnetten, plastic verpakking van de paprika’s, plastic emmertjes van klein fruit, plastic verpakking van trostomaten, plastic zakje van de sla, plastic netje van de uien, plastic bakje van de champignons, plastic van de witlof en ga zo maar door. De marktkooplui zijn doorgaans meedenkend en werken mee als ik aangeef dat ik geen plastic wil. Papieren zakjes en eigen meegebrachte tassen brengen uitkomst.

Ik hou het vol een maand. En langer. Ik vind het leuk. Er hangt een goede sfeer. Het is er levendig. Tijd voor een praatje hier en daar. Steeds weer andere marktbezoekers. Jong, oud, student of ouder met kind. Ik word er vrolijk van. Precies 8 weken later spreid ik mijn boodschappen uit op de tafel. Het is me gelukt! Etenswaren zonder plastic, voor een betaalbare prijs. En daar word ik nog vrolijker van.