einstein – één steen

“Als je doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg” Albert Einstein

Het regent in Australië. Eindelijk. ‘Cats and dogs’, dat dan weer wel. Scott Morrison, de premier van Australië ligt onder vuur. Zijn regering doet te weinig m.b.t. klimaatverandering is de kritiek en draagt zo bij aan de condities waarin bosbranden makkelijk kunnen ontstaan. Het is niet geloofwaardig om klimaatverandering direct verantwoordelijk te stellen voor een individuele bosbrand is zijn visie, zo lees ik in een landelijke krant van december 2019. Morrison stelt dat Australië slechts verantwoordelijk is voor 1,3 procent van de wereldwijde CO² -uitstoot en dat een snellere reductie geen merkbaar effect zal hebben op de branden, vermeldt het krantenbericht.

Ik ben begonnen met bijenwasdoeken verkopen. Ik red er de wereld niet mee. Ja, dat is zo. Maar als ik dat blijf zeggen, zodat het voor mij een reden wordt om niets te doen, dan blijft het ook zo. Dus maak ik bijenwasdoeken. Om met elke verkochte doek misschien een rol aluminium- of vershoudfolie uit de wereld te helpen. De Bijrol.

Gisteren heb ik deelgenomen aan een trainingsdag met als thema het tekenen van familieopstellingen. Familiesystemen inzichtelijk maken. Knopen ontwarren. Wat is mijn plek in het familiesysteem? Ik heb veel tijdens de training geleerd en nieuwe werkvormen, technieken en inspiratie opgedaan. En ook hier: Als er één ding verandert, dan verandert alles.

De Australische premier lijkt inmiddels zijn mening bijgesteld te hebben t.o.v. de klimaatverandering en de menselijke bijdrage daaraan. Opdat het zijn heetgeb(l)akerd land goed mag doen. Eén steentje, die in het water geworpen wordt, veroorzaakt een rimpeling die weleens verder zou kunnen reiken dan je in eerste instantie doet vermoeden. ‘Als je doet wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg’. Uitspraak van een man die wel wat ‘steentjes’ in de wereld geworpen heeft: Einstein, briljant kapsel, briljant brein en een briljante naam als je het mij vraagt. Einstein – één steen…, één steen…, één steen…

te hooi en te g(r)as

Dat moment dat je wenst dat je kunt zeggen “dat hebben de kabouters gedaan”. Dat je lekker bezig bent met iets, terwijl de was de wasmand uitpuilt, de stof onder het bed begint rond te dwarrelen, het toilet roept om een schoonmaakbeurt, en de boodschappen die in huis gehaald moeten worden zich alleen maar opstapelen in je hoofd. Als ik denk aan die kabouters denk ik aan Rien Poortvliet die daar ooit prachtige boeken over gemaakt heeft. Het boek Te Hooi en te Gras is ook van zijn hand. Een boek over boeren, vee en boerderijen en zo meer. Zoals we de boeren nu niet meer zien werken, maar waar menigeen misschien toch wel stiekem een beetje heimwee naar heeft. Terug in de tijd van opa’s en opoe’s.

Zoals daar is de hooikist. Een houten kist gevuld met hooi en die gebruikt werd om voedsel, die eerst op temperatuur gebracht was, te laten garen zonder dat daar verder gas of electriciteit aan te pas kwam. In meer moderne tijden werd hier ook het bed voor gebruikt en werd een pan met eten in dekens gewikkeld. Om het uren later warm en kant en klaar te kunnen nuttigen. Ontdekken dat een gebruik van vroeger zó goed is, dat deze het waard is om in ere te herstellen.

Ik ga aan de slag. Mijn eigen hooikist maken. Ik heb weinig tijd en zoek snel een kartonnen doos, een fleece deken en oude kranten. Op de ochtend van de Tweede Kerstdag laat ik stoofpeertjes een half uur koken en stop vervolgens het pannetje lekker in. ’s Avonds zijn de peertjes prachtig rood en nog lekker warm. Het werkt! De dagen erna houd ik boerenkool en soep warm. Ik laat eigengemaakte citroenolie trekken. En ik maak mijn eigen groentebouillon van opgespaarde restjes groente. Dat alles in de geïmproviseerde hooikist. Magisch vind ik het.

Groningers weten als geen ander dat de gasvoorraad niet onuitputtelijk is. Ik probeer te hooi en te gras alternatieven uit die voor mij werken op het gebied van ‘lief zijn voor de natuur’. En zo doet een oude kartonnen doos – van ooit een kerstpakket – dienst als de beste bezuiniging op gas ooit. Dat geeft, niet alleen met de kerstdagen maar het hele jaar door, een zeer feestelijk gevoel. Tegelijk een bezuiniging in tijd trouwens, want ik heb er geen omkijken meer naar. Dit moment. Mijn wens. Zeg maar een oude kabouter die het werk doet, maar dan in het jasje van 2020.

Op ‘hooikistavontuur’ kom ik in december een filmpje tegen over De Hooimadam. Het lijkt me leuk om zoiets zelf te gaan maken met mijn eigen stofjes en schapenwol van de Groninger stadskudde. Mijn buur(t)man brengt mij de afgelopen week zomaar spontaan een kersvers exemplaar omdat bij hem alleen de katten erin liggen en “wie weet kan jij er wat mee”. Op een verjaardag, gister nog, vertelt iemand over De Hooimadam. Drie maal recht is scheepsrecht. De kerstdozen kunnen weer op zolder. De Hooimadam, daar moet ik zeker wat mee…

opgeruimd het nieuwe jaar in

Onderweg voor de laatste boodschapjes aan het eind van het jaar zie ik een oudere man in een felgekleurd gemeentehesje. Bewapend met een karretje en afvalgrijper loopt hij langs de bosjes. Ik fiets terug, stap af en spreek hem aan. Hij vertelt mij lachend dat hij na een werkzaam leven ‘eigen baas’ is en – met steun van de gemeente – dit nu op vrijwillige basis doet. Hij is al bezig met de tweede afvalzak deze morgen. De eerste zat snel vol met o.a. een twintigtal drankflessen, achtergelaten na een ‘feestje’. We hebben het over het terugdringen van afval en plastics. De afvalzakken die hij vult, hergebruikt hij net zolang tot ze echt stuk zijn. De rol die hij van de gemeente gekregen heeft is nog lang niet op. Het is koud en ik vervolg mijn weg. Wat een mooi initiatief. En wat een schril contrast met een geheel ander karretje waar even later mijn blik op valt.

Boodschapjes in de tas, andere weg terug naar huis. Zie ik warempel weer eenzelfde karretje. Ditmaal vergezeld door drie afvalgrijpers en drie jonge mensen. Ik stap af en ga ook met hen in gesprek. Andere bosjes, zelfde verhaal. Veel afval die achtergelaten wordt. Veel sigarettenpeuken ook. Ze hebben nog niet veel ‘meters gemaakt’, maar afval des te meer. Hoe zijn ze tot dit initiatief gekomen? Ze zijn lid van Zero Waste Groningen. Via deze Facebooksite worden er diverse evenementen georganiseerd, waarvan dit er eentje is. Gemeente Groningen, MilieuStewards, Afvalcaddy zijn zo wat termen die tussen het oprapen van afval met mij uitgewisseld worden en waarvan meer te lezen is op de website Groningen Schoon Dankzij Mij.

Ik mag van de Zero Waste groep foto’s maken. Ze doen dit naast hun werk of studie in wisselende samenstelling op wisselende tijdstippen. Helden! Na onze ontmoeting en foto’s waarbij mij een blik gegund wordt in de afvalzakken fiets ik opgeruimd naar huis. Hoewel ik nog geen vuiltje van de straat geplukt heb. Het nieuwe jaar kan wel wat opruimacties gebruiken. Zero Waste Groningen. Om te beginnen…

kniepertjes, oud en/of nieuw

Een winterborrel op het plein waar ik aan woon. Koud. Heerlijke hapjes. Soep, chocolademelk en glühwein om op te warmen. Vuurkorven ook. Buurtgenoten ontmoeten. Hartverwarmend. Ik heb kniepertjes gebakken. Symbolisch voor het uitgerolde oude jaar. Net zoals nieuwjaarsrolletjes voor het nieuwe nog opgerolde jaar staan. Je zou de kniepertjes ook kunnen beschouwen als het jaar dat voor je ligt: open, nieuw, als een onbeschreven blad. Met het achterliggende jaar als een tapijtje keurig opgerold. Zo kun je volkomen legitiem een totaal andere visie uitrollen over het kniepertje en het rolletje. Het is maar vanuit welk perspectief je het bekijkt.

Het oude jaar begint voor mij met stilstaan. Stilstaan, bezinnen en – soms letterlijk – kijken wat er op mijn pad komt. Dat wat zich toevallig lijkt voor te doen uitpakken als kadootjes. Ervaren dat dat juist wegwijzers blijken te zijn. Goed kijken, daar begint voor mij alles mee.

Al jaren wordt er elk jaar een ‘woord van het jaar’ gekozen. Het is interessant hoe diverse woorden een afspiegeling vormen voor wat zich afspeelt in de maatschappij. Mijn persoonlijk woord van het jaar is het woord ‘transitie’. O.a. onderzoeken hoe ik me m.b.t. afval kan verhouden tot Refuse, Reduce, Reuse, Recycle en Rot. Vijf maal ‘R’ van de dames van het Zero Waste project. Ik merk dat het woord ‘transitie’ mij inspireert tot een andere ‘R’, namelijk die van Remake. Van oude of bestaande dingen nieuwe dingen maken: kleding, kadootjes, tasjes, bijenwasdoeken… Zo heeft stilstaan me meer in beweging gebracht dan ik van te voren had kunnen bedenken.

Wat het nieuwe jaar gaat brengen? 2020, een bijzonder getal. Opdat het een bijzonder jaar mag worden met nieuwe mogelijkheden van groei en een toekomstvol perspectief. Eigen woorden ontdekken. Daarbij zoveel mogelijk mooie momenten delen met elkaar. Het vuurtje warm houden. Voor het overige, ‘De Weg’ van Toon Hermans:

Liefde, vreugde of verdriet wat op je weg komt weet je niet dus kijk maar niet zo ver vooruit het heeft geen nut, je ziet geen fluit.

van ‘ranzige’ restjes tot feestmaal

Het jaar loopt bijna op zijn eind. De periode rond Kerst en Oud en Nieuw ervaar ik als een wat rommelige tijd. Een tijd van verjaardagen en feestdagen. Van terugblikken op wat geweest is. Een tijd van opruimen, administratie bijwerken, zorgverzekering bekijken. Genieten van samenzijn met familie en tegelijk verlangen naar rustmomenten. Behoefte aan ‘stil’ worden. Geen input meer van buiten. Restanten in mezelf opschonen om opgeruimd het nieuwe jaar tegemoet te treden. Zoiets.

Met betrekking tot restanten blijken ‘ranzige’ restjes als culinaire ingrediënten te dienen in gerechten. Ik ontdek een eigengemaakte groentebouillon gemaakt van groenteafval die ik normaal gesproken in de biobak deponeer. Het gaat hier om bijvoorbeeld het kontje van de courgette, een stukje paprika, ui, prei, wortel, (niet teveel) kool, tomaat etc. De bouillon vormt samen met kruiderijen en zout een goede en gezonde basis voor een lekkere (maaltijd)soep. Ik hergebruik hierbij zelf het kookvocht van rijst. Een klik op de link en alle details zijn te lezen op de website van Karin Luiten. Ik ben gek op haar recepten zonder pakjes en zakjes. Al ver voor die term bestond, kookte ik al zoveel mogelijk met verse ingrediënten. In mijn geval een noodzaak – ik heb een voedselallergie – die mij uiteindelijk tot creatieve kookhoogten bracht. Wat ik doe is alle ingrediënten op de pakjes en zakjes uitpluizen en deze vers in mijn eigen pannetjes husselen. Recepten lezen en aanpassen. Nieuwe dingen uitproberen. Vooral kruiden zijn op dit gebied onmisbaar. Koken is op deze manier voor mij een ontspannende bezigheid geworden waar ik echt van kan genieten.

Nog een smakelijke ontdekking is bananenijs. Het blijkt een recept te zijn afkomstig uit het boek ‘Eet goed’ van Johan Rockström e.a. ‘Verbeter de wereld, start in je eigen keuken!’ In zijn kookboek ‘Eet goed’ zijn gerechten te vinden die niet alleen duurzaam zijn, maar ook gezond en lekker. Laat dit nou aansluiten bij mijn zoektocht ‘wat-kan-ik-nog-doen-met-die-rijpe-ik-lust-hem-niet-meer-maar-weggooien-kan-altijd-nog-banaan’. Link aanklikken en starten maar. Wat erg lekker is, is een combinatie van zelfgemaakt bananenijs, blanke vla, beetje slagroom en wat schaafsel van chocolade(letters). In een handomdraai een heerlijk nagerecht op tafel die smaakt naar de bananensoes van de banketbakker. Bij toeval ontdekt door restjes bij elkaar te zoeken.

Sowieso een leuke manier van koken. Eerst kijken wat je wilt opmaken uit de voorraadkast, koelkast en/of vriezer. Zelf iets bedenken of recepten erbij zoeken en geheid iets anders op tafel zetten dan je normaal doet. En wat te denken van het nat van augurken? Dit is heel smaakvol in een dressing in bijvoorbeeld een witlofschotel. Een stukje verspilling terugdringen en resten omzetten in iets nieuws. Ook hier: de boel opschonen en opgeruimd het nieuwe jaar in. Een rommelig restje oudjaar zeg maar met een gouden randje.

bijenwasdoek, een kadootje in je koelkast

De rol aluminiumfolie is op. In de supermarkt toevallig ook. Ik bedenk me hoe automatisch ik toch bijna weer iets aanschaf wat ik misschien ook wel kan laten. Want wat is het alternatief voor dat handige aluminiumfolie, maar ook plastic vershoudfolie of die plastic boterhamzakjes? Restjes bewaar ik inmiddels in glazen schaaltjes met een schoteltje er bovenop. Lege boterkuipjes laat ik meerdere levens leiden door er maaltijden in te bewaren of in te vriezen. Dit laatste soms tot grote hilariteit van mijn huisgenoten als ze een boterhammetje denken te gaan smeren en onder de deksel ineens de rode kool van een dag eerder aantreffen. Maar wat doe ik bijvoorbeeld met een halve ui? Of een stukje kaas?

Mijn gestruin op internet levert vruchten op. Bijenwasdoek blijkt een milieuvriendelijke vervanger te zijn. Deze is gemaakt van katoen en ideaal voor het bewaren van groente, fruit, kaas, brood en koek. Ook kun je er een schaaltje mee afdekken. Door de antibacteriële werking van bijenwas en jojoba-olie blijven vegetarische produkten vers en houdbaar, ook in de vriezer. Niet geschikt voor vlees, vis en warme produkten. Na gebruik afwassen met afwasmiddel en koud water (bij warm water smelt de olie uit de doek). Even drogen, oprollen en in een koele ruimte bewaren voor een volgende keer. De doek is 6-12 maanden bruikbaar, afhankelijk van de mate van gebruik.

Ik besluit zelf aan de slag te gaan. Dunne katoenen lappen, bijenwas, jojoba-olie, een weegschaal, een pan, een glazen pot, een kwast, bakpapier, een strijkijzer én een dag verder heb ik een stapel bijenwasdoeken in alle soorten en maten. Het ruikt in huis heerlijk naar bijenwas en ik ben diep tevreden. Nu de proeven op de som. In drie leuke doeken worden een stuk koek en een lunch meegenomen naar school. Ik pak de donkere toppen van bananen in (dan blijven ze heel lang houdbaar namelijk), mijn halve ui, een prei, stukken kaas.. Waar ik me afvraag of de geur van bijenwas in het eten trekt, blijkt het tegenovergestelde te zijn. De bijenwasdoek neemt de geur van het bewaarde eten erin op. Misschien wel slim om bepaalde doeken voor één bepaald produkt te gebruiken. Met mijn warme handen druk ik de doek goed aan, en het blijft mooi zitten. Dat scheelt een hoop plastic en aluminium. Zo maak ik kadootjes voor in de koelkast, een vrolijke boel. Daar kan ik wel wat mee.

         

december: lekker ingepakt

December, lees feestmaand, is in volle gang, en dat zie je in de stad. Gezellige verlichting, uitnodigende uithangborden.. Omdat ik de afgelopen maanden amper iets koop, behalve eten, drinken en huishoudelijke benodigdheden denk ik na over het fenomeen kadootjes. Moeten de kadootjes van Sint of Kerstman per definitie nieuw uit de gangbare winkels komen? Doe ik in het algemeen de ontvanger van een kadootje wel eer aan als ik iets uit de kringloopwinkel betrek? Wat maakt dat een kadootje waardevol is? De tijd en de aandacht besteed om iets uit te zoeken en de ontvanger blij te maken, hangt voor mijzelf niet (meer) samen met nieuw. Om dit voor een ander op dezelfde manier in te vullen vind ik lastiger merk ik. Toch wil ik ook op dit gebied proberen het milieu zo min mogelijk te belasten.

Als ik iets voor mezelf wil aanschaffen, bezoek ik eerst de kringloopwinkels. Deze zijn er in diverse soorten en maten te vinden en geven produkten een tweede leven. Boeken vind ik vaak bij de tweedehands boekwinkel. Het geld wat ik daar besteed gaat voor een groot deel naar goede doelen. Het is wel zo dat je het bij kringloopwinkels moet doen met het aanbod van dat moment. En ik kom dus ook weleens onverrichterzake thuis. Maar hé, als het echt dringend is, dan is er nog Marktplaats. Het is kortom een andere manier van winkelen. Beetje geduld hebben ook. Of er soms gewoon van afzien. ‘You can’t always get what you want.’ Het leuke van tweedehands winkels vind ik de schat aan diversiteit van produkten. Mijn hart kan zich ophalen aan van die ‘oh-jaaaah-dat-hadden-we-vroeger-thuis-ook’-momenten. Me verbazen over raadselachtige produkten waarvan ik echt géén idee heb waar ze voor dienen. Blij zijn als ik iets voor iemand vind, waarvan ik zeker weet dat het op de wensenlijst staat. Kleding en zelfs schoenen tref die mijn assortiment verrassend blijken aan te vullen.

Zijn er kadootjes te vinden waarmee je iemand duurzaam en wel kunt verrassen? Te denken valt aan een tegoedbon voor een activiteit (samen), eetbare (streek)produkten, bos bloemen uit eigen tuin, een (tuin)plant, tweede-kans produkten (denk aan electronica) of iets wat je zelf gemaakt hebt. In het kringloopgebeuren zijn ook vaak nog nagelnieuwe spullen te koop. Het is misschien een beetje zoeken op kadootjesgebied. Wat ik wel weet is dat het bij een kadootje niet zozeer om het uiterlijke jasje gaat, maar destemeer om de gedachte erachter. En dat pakt sowieso heel lekker in.

hoor de wind waait..

Sinterklaas is officieel weer uit het land. En dat is maar goed ook. De nacht volgend op het ‘heerlijk avondje’ is tumulteus en ik word meerdere malen wakker als de wind raast door de hoge bomen vlak bij ons huis. De goedheiligman kan met goed fatsoen het dak niet meer op.

Op ‘black friday’ tref ik de kassière van de plaatselijke supermarkt in zwarte kleding. Ze straalt. ‘Ik voel me veel fijner in mijn eigen kleding en het staat toch ook veel leuker dan het verplichte winkeljasje’, vertrouwt ze me toe. Ik wens haar een ‘prettige zwarte zaterdag’. ‘Black friday hè’, corrigeert ze me lachend. Hoe kom ik nou weer bij zwarte zaterdag? Dat is pas twee seizoenen verder. ‘Was het maar vast weer zomer’, zegt ze. Ik pak mijn boodschappen in en zie dat een donker getinte man inmiddels klaar staat om af te rekenen. En dan gebeurt het. In mijn gedachten: ‘Wat hebben we gezegd? Black friday, zwarte zaterdag, kan dit gesprek wel door de beugel gezien vanuit de donkere man?’ Verward fiets ik met mijn boodschappen aan het stuur naar huis. Wat hangt er in de lucht? Sinds wanneer is het woord ‘zwart’ zo beladen? Met de komst van Sinterklaas is het zwartepieten weer begonnen. Elkaar woorden in de mond leggen die niet worden gezegd, gedachten toedichten die niet worden gedacht. Zwart-wit denken, racisme, ik word er heel verdrietig van.

De dag daarop zie ik een dweilorkest in hartje stad, als ik van de markt naar mijn fiets loop. Zwarte pieten en roetveegpieten lopen door elkaar en stemmen hun instrument. Op een gegeven moment groeperen ze samen en de trommelpiet zet in. Glimlachend publiek. ‘Hoor de wind waait door de bomen..’ en ‘makkers staakt uw wild geraas..’ Uit de context genomen, krijgen deze regels ineens wel een heel bijzonder karakter. Het lijkt alsof de natuur ons een spiegel voorhoudt en ons laat zien waar we mee bezig zijn. Laten we letterlijk én figuurlijk bomen planten, zodat de wind kan luwen. Omdat alles omver blazen gewoon geen optie is.

stel je voor

elkaar bij de namen

onbevangen

elkaar in de ogen

samen één

elkaar de hand

de juiste toon

elkaar in de ander

stel je voor

groeimodel

In het kader van Nederland Leest is elke maand november een gratis boek te verkrijgen in de bibliotheek. Deze keer is dat ‘Winterbloei’, een boek van Jan Wolkers over zijn liefde voor de natuur. Met een glimlach denk ik aan ‘De Achtertuin van Jan Wolkers’, in 2002 en 2003 uitgezonden in het programma ‘Villa Achterwerk’ en neem het geschenkboekje mee. Ik ben verrast als ik het voorwoord van Ronald Giphart lees, waarin hij een informatief maar vooral een warm pleidooi voor verduurzaming over het papier strooit. Met de krachtige slotwoorden: “Lees. Ga in gesprek. Spread the word.

In het voorwoord van Giphart staan ook een paar woorden waar ik even blijf hangen. Ben ik een ‘deugmens’, een ‘moralistische doordrammer’, een ‘klimaatgekkie’, een ‘doemdenker’, een ‘angstaanjager’ of een ‘zwartkijker’ door me met duurzaamheid bezig te houden? Ik houd mezelf regelmatig onder de loep en koester geen illusies. Ook het thuisfront maakt dat ik met beide benen op de grond blijf staan m.b.t. het terugdringen van plastic. Wat voor mij als een soort van vrijblijvend onderzoek begint, ontvouwt zich ondertussen wel langzaam tot een manier van leven die haaks staat op het lukraak produceren en consumeren. Bijna dagelijks kom ik prachtige initiatieven en evenzovele doemscenario’s tegen in de media. Ik stel mezelf de vraag: ‘Wat heeft de aarde mij te bieden?’

Een grote grijper die afval verplaatst met daarin handen die madeliefjes omringen, is het beeld dat aan mij verschijnt. Deze collage geeft mij inzicht in hoe ik in het leven van dit moment sta. Ik heb werkelijk geen idee van waar het naartoe gaat met deze planeet; denk ook niet dat van alle duurzame initiatieven één op één is vast te stellen welke uitkomsten ze precies zullen hebben. Gewoonweg omdat alles met alles samenhangt. Het enige wat ik kan bedenken in deze chaotische tijd is, bij wijze van spreken, de madeliefjes koesteren. En hopen dat we zo, net als vaak op de kermis, de dans van de grijper ontspringen. Daarbij me tegelijkertijd verhouden tot afval. Afval is dat waar we ons van ontdoen, in bredere zin zou je kunnen zeggen: dat wat we loslaten. Zo bezien staat afval symbool voor verandering met ruimte voor vernieuwing. Een soort van groeimodel.

De aarde biedt mij de de mogelijkheid om me met groei bezig te houden en zo tegelijkertijd zelf te groeien. Ik moet denken aan een uitspraak van Martin Luther King jr.: Even if I knew that tomorrow the world would go to pieces, I would still plant my apple tree. Had hij een vooruitziende blik? Sowieso een goed idee, bomen planten. In hoopvolle verwachting. Spread the word.

Groeimodel I