Bloggen, link(s) en recepten

Het bloggen is een onderzoek op zichzelf wat betreft mijn computervaardigheden. Ik heb regelmatig een beroep gedaan op het thuisfront en de computer net zo regelmatig vervloekt. Uren gespendeerd om iets uit te zoeken hoe iets werkt op mijn website, met wisselend resultaat. Waar ik eindeloos geduld op kan brengen om alternatieven voor plastic te zoeken, ideeën voor een workshop te bedenken of recepten uit te proberen, heb ik een ontzettend kort lontje m.b.t. mijn computeruitdagingen. Schiet mij maar lek als ik probeer te snappen hoe de wondere virtuele wereld werkt. Het is een slagveld waar ik me met moeite doorheen worstel en het lijkt soms wel of ik op oorlogspad ben. Link word ik ervan.

Maar wat ben ik trots als mijn eerste blog gepost is, mijn eerste foto geplaatst, mijn eerste pagina gemaakt, mijn eerste fotocollage gelukt. En nu heb ik de ‘link’ ontdekt. Liefde op het eerste gezicht. Magisch vind ik het. Onder elk gekleurd woord ligt extra informatie als je erop klikt. Een mogelijkheid die het gebruik van mijn website zoveel makkelijker maakt. Het is als een recept die, als je de juiste ingrediënten gevonden en gemixt hebt, smaakt naar meer. Op naar de – tot nu toe beproefde – recepten dan maar:

Vloeibare zeep voor zeeppompje of douchefles: 40 gram zeepvlokken oplossen in 1 liter kokend water. Om zeepvlokken te maken snij ik met een aardappelschilmesje stukjes van een zeepblok af. Een paar uren laten afkoelen totdat het een stevige substantie geworden is. Loskloppen tot een egaal geheel (ik doe het gewoon met een lepel) en vullen maar. Tot nu toe gebruik ik zeep die ik nog in huis heb. ‘Dove’ zeep werkt niet zo goed heb ik gemerkt. ‘Zwitsal’ zeep daarentegen werkt prima. Af en toe even schudden voor gebruik. Een dingetje is wel dat op de diverse websites die ik raadpleeg veel verschillende hoeveelheden worden aangeven. Een beetje uitproberen dus.

W.c.-eend voor het binneninterieur van de w.c.-pot: Een ferme eetlepel groene zeep oplossen in 600 ml kokend water. Hier 300 ml witte azijn en een ferme eetlepel baking soda aan toevoegen. Rustig aan want het gaat bruisen. Tot slot eventueel wat citroensap toevoegen voor de geur en de bleek. Vullen in een bewaarde fles.

Schoonmaakmiddel voor (snelle) schoonmaakklusjes: Een beetje Marseillezeep of Castillezeep raspen en oplossen in kokend water. Zelf heb ik een voorraad van 2 liter Marseillezeep – 80 gram zeep opgelost in kokend water – en hiervan doe ik 2 scheuten in een bewaarde fles. Twee eetlepels baking soda erbij en vervolgens heet water toevoegen totdat het een vloeibaar geheel is. Ik gebruik het in een sopje, maar het is ook goed bruikbaar in een spuitfles voor de snelle schoonmaakklusjes.

Wasmiddel voor de bonte was: 40 gram Sunlight zeep (zeepvlokken maken) oplossen in 1 liter kokend water. Als de zeepvlokken opgelost zijn nog 1,5 liter warm water toevoegen. Een paar uren af laten koelen, loskloppen en in een bewaarde fles gieten. Wasmiddel voor de witte was: Hetzelfde als voor de bonte was met als toevoeging 40 gram soda. En eventueel een lepeltje biologisch zuurstofbleekmiddel, te koop bij de Wiershoeck. De werking hiervan moet ik zelf nog ondervinden. Mijn witte waspoeder is nog (lang) niet op want mix ik tegenwoordig met de helft soda.

Wasverzachter voor de kleur en de geur: Een scheut azijn (behoud van kleur) met een aantal druppels etherische olie. Citroenolie bij de witte was (versterkt het witmakend en vetoplossend effect). Lavendelolie (mijn eigen favoriet) of eucalyptusolie (helpt tegen huisstofmijt) bij de bonte was.

Uit alle websites, en dat zijn er nogal wat (hoera!), heb ik mijn eigen keus gemaakt. Dat wat het beste bij mij past. Ik heb ontdekt dat er vele wegen naar een schoon Rome leiden. Met bovenstaande heb ik in ieder geval een aantal plastic flessen kunnen reduceren. Middelen kunnen maken die dichter bij de natuur liggen. Het uitzoeken en experimenteren is best een hele klus. Het maken daarentegen een fluitje van een cent. Ik voel me als Tita Tovenaar als ik in mijn ‘zeeppan’ een brouwsel maak. En dat alles met een bLINKend resultaat.

Sint Maarten: Mien Lutje Lanteern

11 November is de dag: Sint Maarten. Kinderen komen met hun prachtige zelfgemaakte lampionnen bij de deur om te zingen voor wat lekkers. Mien lutje lanteern is zo’n liedje op zijn Gronings: Mijn kleine lantaarn. Zelf ben ik op pad gegaan voor plasticvrije lekkernijen die spreekwoordelijk met een lantaarntje te zoeken zijn. Los van Sint Maarten ben ik vaak met dit ‘lantaarntje’ onderweg als ik een alternatief voor de plastic verpakkingen wil vinden. Groningen, waar vind ik wat…

DROPPIE: een heerlijke drop- en snoepwinkel in het centrum van de stad. Ik maak een keus uit de vele heerlijkheden (die geur!) en koop twee meter kabeldrop die ik in stukken kan verdelen, drop- en kaneelstaven en échte toverballen. Pure nostalgie. Maar vooral natuurlijk erg lekker én zonder plastic.

GROENTE- EN WARENMARKT: hier koop ik mandarijntjes die ik in mijn meegebrachte stoffen tasje laat glijden. Op de markt koop ik sowieso op dinsdag, vrijdag of zaterdag alle etenswaren zonder plastic. Met een aantal uitzonderingen tot nu toe: broccoli, kaas en (heel af en toe) gerookt spek. Mijn favoriete kraam is nog steeds de kruidenjuwelier, waar overigens ook allerlei losse thee verkrijgbaar is. Sinds de eerste keer voel ik me inmiddels helemaal thuis op de markt en weet er mijn weg te vinden. Tevens is het een grote motivatieboost voor mij: ik tref veel mensen met zelf meegebrachte tasjes en bakjes.

LE SOUK: de Noord Afrikaanse bakker en kruidenier. Hier kun je allerlei produkten in zelf meegebrachte bakjes en zakjes halen al vergt dat enige creativiteit en uitleg. Sommige produkten zijn duurder (pasta, fêta), andere weer goedkoper (gierst, kruiden). De winkel is een feest aan kleuren en geuren en zeker een bezoekje waard. Afhankelijk van de eigen portemonnee de keuze om mooie produkten plasticvrij in huis te halen.

I.S.A. ‘Al Nour’: Al eten we nog maar weinig vlees en is plastic niet helemaal weg te denken om vlees in te vervoeren, bij Al Nour kan ik in een eigen meegebracht bakje vlees halen. Ik gebruik daarvoor bijvoorbeeld een leeg boterkuipje. Heb ik deze niet bij me dan laat ik één plastic zakje om het vlees doen i.p.v. twee. Vergeleken met de supermarkt bespaar ik sowieso een hoop plastic op die manier. Vermeldenswaard is dat het vlees kwalitatief erg goed is en heerlijk smaakt. Ook losse groenten en fruit zijn verkrijgbaar bij Al Nour. Dat is vooral handig als ik iets nodig heb op een dag wanneer er geen markt is.

FAM. GROENDIJK: een geweldig bedrijf waar je aan de weg heerlijke yoghurt (in glas) kunt kopen en tussen 16:30 en 18:30 uur rauwe melk kunt halen in een eigen meegebrachte fles of kan. De melk leent zich prima voor het maken van vla (maar dat is weer een ander verhaal). Ik moet bekennen dat het tijdstip voor mij wel een dingetje is (vooral in de wintermaanden), en dat dit mij er momenteel van weerhoudt om op mijn fiets te stappen richting de melktap.

LUSH: in Utrecht heb ik in de maand mei een voorraadje ingeslagen aan zeepjes, shampoobars, gezichtsolie en een moisturing bar in de vorm van een stick. Het is nu een half jaar later, de voorraad is nog steeds in gebruik en over een zeepje van 50 gram doe ik ongeveer 3 maanden bij een douchebeurt van ongeveer 2 à 3 keer per week. Een alternatief voor Lush heb ik gevonden op de Ommelander Markt, bij Crusoe Skincare. De deodorant moet ik nog uitproberen maar Annika Crusoe maakt prachtige zeepjes waar ik wel vertrouwen in heb.

Sint Maarten mag komen, ik ben er klaar voor. Ik ben benieuwd naar de reacties van de kinderen. Vinden ze het wat? Zo niet, mijn huisgenoten zijn op voorhand al enthousiast voor het geval er wat over blijft. Mien lutje lanteern, ik zai die zo geern, doe daanst deur de stroaten dat kist ja nait loaten. Mien lutje lanteern, ik zai die zo geern.

Werk in uitvoering: grote verbouwing.

Kozijn even verven, oh, de muur is ook wel aan een verfrissing toe, hm, zullen we de vloer dan ook maar vernieuwen, en hé, de meubels passen niet meer in het nieuwe interieur… Zoals een kozijn dat een likje verf nodig heeft zomaar kan leiden tot een grote interne verbouwing, zo leidt mijn zoektocht naar een leven zonder onnodig plastic tot een heuse omwenteling. Van het één komt het ander. Want als ik geen koekjes koop die in plastic verpakt zijn, wat is dan het alternatief? Of mayonaise uit een plastic fles? WC-eend? Melk? Pasta’s? En dus koop ik losse koeken op de markt, of bak ze zelf. Leer ik zelf mayonaise maken. Brouw ik een bruisend goedje voor in de WC. Ga ik een keer naar de boer voor verse melk. Bezoek ik een winkel waar je zelf allerlei pasta’s (en nog veel meer) kan scheppen in eigen meegebrachte tasjes.

Zo sta ik onbedoeld vaker in de keuken dan ooit. Lekkere recepten uitproberen. Met verse ingrediënten. En verdiep ik me in biologisch voedsel. Lees ik boeken, raadpleeg blogs, volg de krant en ga naar de film ‘the Biggest Little Farm’. Het wordt me duidelijk hoe ver we van dé en daarmee onze eígen natuur afgedwaald zijn. In mijn ‘zeeppan’ maak ik zeep, schoonmaakmiddel, wasmiddel… Voor dat laatste lees ik dat je ook kastanjes kunt gebruiken. En zo zit ik ineens als een kind voor de wasmachine door het raampje te kijken, of kastanjes echt gaan schuimen. Of als een analist de WC-pot te bestuderen na een schoonmaakbeurt met mijn alternatieve ‘WC-eend’. Deed ik dat voorheen eigenlijk ook? Nope, blindelings vertrouwen in de chemische, neonkleurige en vooral sterk ruikende middelen.

Al mijn experimenten kosten tijd. En aandacht. Ik word blij als ik een goede vervanger vind. Maar moedeloos als mijn mayonaise de eerste keer mislukt. En moe van het uren in de keuken staan. Of gefrustreerd als ik ontdek dat goed en onverpakt voedsel vele malen duurder is dan het neefje of nichtje in plastic. Daarnaast ontdek ik dat mijn uithoudingsvermogen het wint van mijn frustratie. En dat ik best wel geduldig en geconcentreerd met een klus bezig kan zijn. Ook brengt mijn zoektocht me op plekken in de stad, waar ik nog niet eerder was en spreek ik met mensen die ik niet eerder sprak. De tijd en aandacht leveren zo wel degelijk wat op. Het is een soort van actieve mindfulness zonder me daarvoor op een matje te hoeven vleien. Een mindfulness die me wel bevalt. Ik merk dat ik langzamerhand meer rust voel, meer geniet van het eten, meer respect heb voor de natuur, meer dankbaarheid ervaar voor alles wat er wél is, meer om me heen kijk.

Ik loop tegen beperkingen op en ontdek tegelijkertijd een schat aan mogelijkheden. Het zeepje waar ik mee ben gestart leidt stapsgewijs tot het opbouwen van een levensstijl, die zo maar eens wel heel gezond en verfrissend zou kunnen zijn. Een soort van bouwwerk ‘under construction’ zeg maar, waarin ik, hoe onwennig soms ook, het wel prettig toeven vind tot nu toe.

rafelige randjes

Rafelige randjes, ik ben er naar op zoek. Daar schuurt. Daar valt op. Daar gebeurt. Daar is niet af. Daar valt mijn blik. Daar leg ik verslag. Open eindjes.
De schoonheid van het imperfecte. Zoals onze schuttingdeur. De bovenrand is aan het brokkelen. Niet echt netjes om te zien. Wespen denken daar anders over. Die knagen graag een randje mee.
De deur nodigt uit voor experiment met spuitbussen verf. Rafelige randjes. Om uit te leven. Te laten inspireren.


Alles is aan slijtage onderhevig. Het proces van vergankelijkheid. Zodra we geboren zijn kijkt de dood om de hoek. Geboorte en dood zijn met elkaar verbonden als twee kanten van één medaille.
Als mens rimpelen we door de tijd. Net als de schil van de passievrucht. Die is in no time verschrompeld tot een hard kronkelig soort van notendopje. Maar wat maken ze nu een leuk geluid. En wat vormen ze nu een mooie ondergrond voor een likje verf. Windmobiel.
Open eindjes…  leggen niet aan banden, bieden mogelijkheden, inspireren, gooien alles in de lucht, telkens weer opnieuw beginnen.

sealed for your protection

Als ik onnodig plastic wil verminderen begint dat door het gewoonweg niet meer in huis te halen. Gewoonweg. Gewoon weg. Was het maar zo gemakkelijk. Een maand lang fotografeer ik zoveel mogelijk wat ik zelf (mijn huisgenoten niet meegerekend) aan plastic in de prullebak deponeer. Om te kijken hoeveel dat nou eigenlijk is. En tel 142 items om precies te zijn, een gemiddelde van zo’n 5 stuks per dag. Ik laat er even een fictief rekensommetje op los. Voor een heel jaar komt dat neer op 1825 stuks p.p. Vermenigvuldig je dit getal met het aantal inwoners van de stad Groningen dan kom je uit op 422.221.050 stuks. Voor een land als Nederland kom je dan uit op 31.688.799.950 stuks. Meer dan 86 miljoen stuks plastic per dag, netjes weggegooid in de prullenbak. Plastic om het produkt te beschermen, mij te beschermen, mijn gemak te dienen, aan mijn luxe gevoel tegemoet te komen, mij te verleiden, mij plezier te bezorgen… plastic is natuurlijk ook gewoon hartstikke handig en goedkoop. Plastic is niet het probleem. De manier waarop wij met plastic omgaan is het werkelijke probleem. Het is een zelf gecreëerd probleem die ook zelf op te lossen is. Als alles deel uitmaakt van een groter geheel, kun je het groter geheel alleen maar veranderen door een deel daarvan aan te pakken. De plastic verpakkingen zijn nog maar zo’n 60 tot 70 jaar op de markt. Het eenmalig gebruik van niet afbreekbaar materiaal zorgt voor het grootste probleem. Het zomaar laten slingeren buiten is een ander deel. Of verliezen in zee (containers). Of weg laten spoelen in het oppervlaktewater (kleding, schuursponsjes, scrub douchegels). Niet afbreekbaar. Plastic verdwijnt niet. En breekt hiermee wel onze natuur af. ‘Sealed for your protection’ geeft in dat licht bekeken ineens een wel hele wrange bijsmaak. Je zou ook kunnen zeggen dat het de giftige appel is, die Sneeuwwitje nietsvermoedend aangeboden krijgt door de heks. Met haar loopt het uiteindelijk goed af. Met een schok. Dat wel.

Plastic Free July: Plastic Free Life?

Augustus, de oogstmaand, loopt op zijn eind. De vakantie in de rugzak, de koffers op zolder en de foto’s in de pocket. School en werk over de drempel. Wat is er overgebleven van Plastic Free July? Hoe nu verder? De markt is nog steeds mijn favoriete plek waar ik veel groente en fruit in meegebrachte tassen en zakken laat deponeren. Daarnaast houd ik ook de supermarkten in de gaten. Ook hier kan ik af en toe voor een leuke prijs losse groente of fruit meenemen. Een dun tasje is hiervoor ideaal. Wat betreft persoonlijke hygiëne is met uitzondering van de tandpastatube en de tandenborstel mijn plasticgebruik gereduceerd tot nul. Op het gebied van koek en snoep, kleding wassen, huis schoonmaken en wat dies meer zij, ben ik aan het ontdekken en aan het experimenteren. Work in progress. En ben ik in de maand augustus niet ontevreden over de oogst tot nu toe. Het plastic wat in huis komt is zienderogen geminderd.

In de vakantie lees ik het boek ‘Het Zero Waste Project’ van Jessie en Nicky Kroon om me te laten inspireren. De leidraad ‘Refuse, Reduce, Reuse, Recycle en Rot’ pik ik eruit op als handig ezelsbruggetje. De zussen geven handige tips hoe ze hun afvalberg rigoreus verminderen. Niet van de ene dag op de andere, wel stap voor stap door de (vijf!) jaren heen. Diverse ‘doe-het-zelf-es’ passeren de revue. Successen en mislukkingen. Tips die je kunt ondernemen in je eigen omgeving. Recepten. Alternatieve produkten voor plastic gebruiksartikelen. Documentaires. Een lesje in plasticnummers. Waarvan je nummer 3 sowieso het best kunt skippen. Kleding! En ‘veranderen voor beginners’ opgedeeld in 2 fasen. Zero Waste gaat nog een stap verder dan Plastic Free Life. Per drie maanden komt hun afval nog neer op: Glas-Eén linnen tasje, Groen-Drie pedaalemmerzakken (waarvan nog een deel gecomposteerd wordt), Papier-Eén linnen tasje, Plastic-Eén half linnen tasje (m.u.v. incidentele onvermijdelijke/gekregen verpakkingen), Rest-Eén zakje (exclusief kattengrit). Zo, kom daar nog maar eens om. Ik ben onder de indruk.

En ja, waar doe ik het allemaal voor? In de vakantie beklim ik een ravijn. Ik heb het warm en er stroomt water. Waar ik van drink. Waar ik nog heel lang van wil blijven drinken. En wat ik de generaties na mij ook gun. Schoon water.

kopen zonder bakjes en zakjes

Gewapend met rugzak, een oude plastic tas en twee oprolbare stoffen tasjes begeef ik me naar de markt. Het weer is bestendig, in dit geval regen en wind in alle soorten en maten. Regenpak en handschoenen aan. Koud heb ik het zo niet. Bijna in de stad beginnen de klokken te luiden. Ik geniet van de geluiden van tikkende regendruppels op mijn capuchon en de galmende klanken die zich over de stad uitspreiden. In mijn ene jaszak heb ik 35 euro aan contant geld. Mijn boodschappenbriefje zit in het andere. Daar is na tijd niets meer van over. Alles voelt nat.

Wat staat er allemaal op? Avocado’s, courgette, broccoli, rode kool, paprika, aardappels. Bij elke kraam andere prijzen. Tijm, brood, kaas en olijven. Ik loop de hele markt eerst eens rustig over. Welke produkten kan ik waar vinden? Waar ik me in de supermarkt bijvoorbeeld aan erger: snoeptomaatjes in een plastic beker, champignons in een plastic bakje, blauwe bessen in een nog grotere plastic beker…, ook op de markt kom ik ze tegen. Dat schiet niet op. Verder maar weer. Bij de biologische kraam goeie kwaliteit die duur betaald wordt. Zo bekeken is dat meer voor mensen met een grote portemonnee. Ik vergelijk de prijzen met de supermarkt. Sommige dingen zijn goedkoper, andere weer duurder. Mijn tijdsinvestering: een uur en een kwartier. Broccoli is gehuld in plastic. Ook op de markt. Kaas gaat in een plastic zakje. De aardappels laat ik in mijn oude plastic tas deponeren. De olijven laat ik voor wat ze zijn net als het brood. Zijn beide een stuk duurder dan ik ze in de winkel koop. Anderhalf uur later kom ik blij thuis. Tevreden. Zelfs in de regen. Of misschien juist wel in de regen. Het schept een band merk ik. Samen door weer en wind. Fris en fruitig zeg maar.

Zo loop ik ongeveer twee maal per week over de markt. En ontdek ik steeds weer nieuwe kramen, verkopers en hun produkten. Wat bespaar ik zo aan plastic? Ik noem: een plastic zak van de aardappels, van de appels, fruitnetten, plastic verpakking van de paprika’s, plastic emmertjes van klein fruit, plastic verpakking van trostomaten, plastic zakje van de sla, plastic netje van de uien, plastic bakje van de champignons, plastic van de witlof en ga zo maar door. De marktkooplui zijn doorgaans meedenkend en werken mee als ik aangeef dat ik geen plastic wil. Papieren zakjes en eigen meegebrachte tassen brengen uitkomst.

Ik hou het vol een maand. En langer. Ik vind het leuk. Er hangt een goede sfeer. Het is er levendig. Tijd voor een praatje hier en daar. Steeds weer andere marktbezoekers. Jong, oud, student of ouder met kind. Ik word er vrolijk van. Precies 8 weken later spreid ik mijn boodschappen uit op de tafel. Het is me gelukt! Etenswaren zonder plastic, voor een betaalbare prijs. En daar word ik nog vrolijker van.

maandje markt

Het moment dat ik mijn onderzoek start om het plastic in ons huis terug te dringen… én het moment dat ik vervolgens in de supermarkt mijn boodschappen wil doen… Plastic ‘all around the place’. Je kunt het zo gek niet bedenken of het zit in plastic. Waar te beginnen? De waspoeder die ik altijd bij de Aldi koop zit ineens weer in een plastic verpakking. Dat begint al goed. Even bij neefje Lidl kijken dan. Daar blijkt een grootverpakking nog in karton verkrijgbaar. Yes! Witlof , winterpeen en mandarijnen uit de aanbieding neem ik op de route mee. De winterpeen los in de hand, de witlof in plastic folie en de mandarijnen hangend in een plastic net.

Een andere dag, begin maart, stap ik op de fiets richting de markt in het centrum van de stad. Het is nog lekker vroeg en betrekkelijk rustig. De marktkooplui warmen zich handenwrijvend bij hun straalkacheltjes op. Mijn doel: kruiden kopen. Loop eerst eens over de hele markt. Kijk.., luister.., ruik.., voel.., proef.., hmmm.., wat is dit een fijn begin van de dag. Een feestje voor de zintuigen. Ik besluit ter plekke een maandje naar de markt te gaan, kijken hoe ver ik kom. Kan ik mijn boodschappen hier kopen zonder plastic verpakkingen? Is de markt goedkoper dan de supermarkt? Hoeveel tijd kost me dit? ‘Mijn’ supermarkt zit letterlijk om de hoek. Alles in de kar, op rolletjes naar huis, uitladen, karretje weer terug en klaar is kees. Welke moeite moet ik doen voor de dagelijkse boodschappen? Is het vol te houden en ook hier: blijft het leuk en betaalbaar? En hoe zit het met de kwaliteit? Is een koopje op de markt ook echt een koopje of blijkt het duurkoop? Dat je van de 10 mandarijnen er gelijk 3 in de biobak kunt kieperen? Dit moet in de loop van de tijd blijken. Los daarvan, met mandarijnen van de supermarkt gebeurt me dit ook weleens. En wat als het pijpenstelen regent? Stap ik dan ook op de fiets of ga ik overstag voor de winkelkar om de hoek? Veel vragen waarvan ik benieuwd ben naar de uitkomst.

Deze eerste keer kost het me in het totaal een half uurtje inclusief het fietsen. Gelijk dus ook even wat lichaamsbeweging meegenomen. En frisse lucht. De kruidenkraam is een ware kleur- en geursensatie. Mijn ogen en neus doen zich verlekkerd tegoed aan al dat lekkers en mijn haast smelt als sneeuw voor de zon. De kruiden gaan in een ouderwetse papieren puntzak waarop met pen de inhoud wordt gekrabbeld. Ik kan zelfs, als de kruiden op zijn, de lege zak in latere instantie weer opnieuw laten vullen. De kruidenjuwelier denkt graag met me mee. Verderop verleidt de markt me tot het kopen van verse eieren in een doosje plus mandarijnen en citroenen die elk kant en klaar in een plastic tasje zitten. Dat dan weer wel. Verkenning van de markt zullen we maar zeggen. Ik zie mogelijkheden.

een tandje lager

Een ander ding is tandenpoetsen. De allereerste keer dat ik naar een mondhygiëniste ga vertelt ze mij dat ook zonder tandpasta het prima poetsen is en wel het liefst met een zachte tandenborstel. Ik vind het echter wel lekker fris ruiken die tandpasta. En hoe zit het eigenlijk met fluor? Kan ik deze plastic tube ook verwijderen van de plank? Ik vind een recept op internet voor eigengemaakte tandpasta (goeie kokosolie, baking soda, keltisch zeezout en pepermuntolie). Het is wel echt even wennen wat betreft smaak en substantie, maar mijn gebit voelt na tijd schoon en glad. Ik lees echter tegenstrijdige berichten over het schurende effect van baking soda en besluit dit af en toe te gebruiken tot dat ik de mening van mijn tandarts en mondhygiëniste hierover gehoord heb. Wat ik in mijn zoektocht naar goede mondhygiëne verder tegenkom is oilpulling. Een stevig kwartier ’s ochtends je mond spoelen met een eetlepel olie, uitspugen (afvalbak), naspoelen met zout water en je tanden poetsen. Omdat ik toch in de experimenteer- en probeerstand sta, doe ik dit nu een week of twee. Het ritueel valt me reuze mee en ondertussen smeer ik mijn broodjes, zet thee etc. De tandaanslag is iets verminderd en mijn gebit voelt glad aan. Als bij het eerstvolgende bezoek mijn mondhygiëniste werkeloos in mijn mond gaat staren, weet ik dat het daadwerkelijk bijdraagt aan een schoner gebit. Los daarvan weet ik nu al dat ik dit voor mij niet elke dag haalbare kaart is, want het valt niet echt een sociaal gebeuren te noemen. Wordt vervolgd.

En zo gebruik ik zomaar ongemerkt voor het dagelijks gebruik een stuk minder onnodig plastic in de badkamer en het toilet. Ik ben nog op zoek naar een tandenborstel van bamboe die ook lief is voor mijn portemonnee. Zoals gezegd, het moet leuk en betaalbaar blijven. Op naar het volgende vertrek.

meer met minder

Ik ben inmiddels zo’n vier maanden bezig met uitzoeken hoe ik mijn plasticverbruik kan verminderen. En doe tijdens Plastic Free July hier verslag van. Al lezend en onderzoekend kom ik steeds meer zaken tegen die verder reiken dan dat. Van de vele produkten die we gebruiken kun je je afvragen of ze wel echt nodig zijn. Zo kom ik de term ‘no-poo’ tegen. Geen shampoo meer gebruiken. Door langzamerhand de shampoobeurten te verminderen en andere middelen te gebruiken om je haar te wassen (baking soda oftewel natriumcarbonaat), uiteindelijk een natuurlijke balans te herstellen waardoor je je haar af en toe alleen nog wat hoeft af te spoelen met water en/of een beetje baking soda. Ik had er nog nooit van gehoord maar vind het zeker interessant. Van ‘low-poo’ naar ‘no-poo’ zeg maar. Hoe minder je je haar wast, hoe minder snel het vet wordt.

Op mijn vraag aan de dermatoloog over een droge huid krijg ik meteen de wedervraag: hoe vaak sta je onder de douche, hoe lang en hoe warm? Het blijkt beter te zijn voor je huid om minder vaak te douchen, niet te lang, niet te heet en zonder zeep. Dat heeft ook raakvlakken met ‘no-poo’. Hm, in het verleden douchte ik toch zeker elke dag en waste mijn haar. Op een gegeven moment veranderde ik deze gewoonte naar ongeveer één keer in de twee dagen en momenteel probeer ik om de drie dagen uit. Ook ben ik begin dit jaar begonnen met wisseldouches. Ik ben altijd erg koud en bij de minste of geringste temperatuurverandering knijpen mijn bloedvaten in handen en voeten pijnlijk samen. De Wim Hofman methode intrigeert mij, maar ik ben te laf voor een ijsbad. Dus doe ik maar gewoon de Anja van Beek methode. Douchen van warm naar een beetje kouder, dit een paar keer herhalen en tot slot eindigen met een echt koude straal. Met behulp van de ademhaling als ondersteuning (steeds op een lange uitademing naar koud overschakelen) zodat ik niet gillend onder de douche vandaan wil stappen. Ondertussen visualiseer ik dat ik lekker in de golven van de zee spring of in een koud bergmeer zwem. Wat ik merk is dat koud steeds meer het nieuwe warm wordt en dat het steeds behaaglijker voelt om koud te douchen. Wat mijn huid betreft: een stuk minder droog. Voor een conclusie m.b.t. mijn bloedvaten is het nog te vroeg. Voor mijn mentale conditie is het elke keer een oppepper en een oefening om grenzen te verleggen. Ik snap die Wim wel.

Hoe meer ik smeer, of beter gezegd me aan heb laten smeren, hoe afhankelijker ik word van al die produkten. De marketing weet feilloos in te spelen op onzekerheden en biedt talloze middelen om geurtjes, kleurtjes en scheurtjes te verhullen. Ik bedenk me dat we zo steeds verder van onze eigen natuur vandaan komen te staan door deel te nemen aan dit soort van gemaskerd bal. Met alle problemen van dien. Back to the basics is een stuk eenvoudiger en brengt rust in de tent. Een interessante bijvangst van mijn uitgangspunt om te onderzoeken of ik met minder plastic toe kan. Stapje voor stapje.