kopen zonder bakjes en zakjes

Gewapend met rugzak, een oude plastic tas en twee oprolbare stoffen tasjes begeef ik me naar de markt. Het weer is bestendig, in dit geval regen en wind in alle soorten en maten. Regenpak en handschoenen aan. Koud heb ik het zo niet. Bijna in de stad beginnen de klokken te luiden. Ik geniet van de geluiden van tikkende regendruppels op mijn capuchon en de galmende klanken die zich over de stad uitspreiden. In mijn ene jaszak heb ik 35 euro aan contant geld. Mijn boodschappenbriefje zit in het andere. Daar is na tijd niets meer van over. Alles voelt nat.

Wat staat er allemaal op? Avocado’s, courgette, broccoli, rode kool, paprika, aardappels. Bij elke kraam andere prijzen. Tijm, brood, kaas en olijven. Ik loop de hele markt eerst eens rustig over. Welke produkten kan ik waar vinden? Waar ik me in de supermarkt bijvoorbeeld aan erger: snoeptomaatjes in een plastic beker, champignons in een plastic bakje, blauwe bessen in een nog grotere plastic beker…, ook op de markt kom ik ze tegen. Dat schiet niet op. Verder maar weer. Bij de biologische kraam goeie kwaliteit die duur betaald wordt. Zo bekeken is dat meer voor mensen met een grote portemonnee. Ik vergelijk de prijzen met de supermarkt. Sommige dingen zijn goedkoper, andere weer duurder. Mijn tijdsinvestering: een uur en een kwartier. Broccoli is gehuld in plastic. Ook op de markt. Kaas gaat in een plastic zakje. De aardappels laat ik in mijn oude plastic tas deponeren. De olijven laat ik voor wat ze zijn net als het brood. Zijn beide een stuk duurder dan ik ze in de winkel koop. Anderhalf uur later kom ik blij thuis. Tevreden. Zelfs in de regen. Of misschien juist wel in de regen. Het schept een band merk ik. Samen door weer en wind. Fris en fruitig zeg maar.

Zo loop ik ongeveer twee maal per week over de markt. En ontdek ik steeds weer nieuwe kramen, verkopers en hun produkten. Wat bespaar ik zo aan plastic? Ik noem: een plastic zak van de aardappels, van de appels, fruitnetten, plastic verpakking van de paprika’s, plastic emmertjes van klein fruit, plastic verpakking van trostomaten, plastic zakje van de sla, plastic netje van de uien, plastic bakje van de champignons, plastic van de witlof en ga zo maar door. De marktkooplui zijn doorgaans meedenkend en werken mee als ik aangeef dat ik geen plastic wil. Papieren zakjes en eigen meegebrachte tassen brengen uitkomst.

Ik hou het vol een maand. En langer. Ik vind het leuk. Er hangt een goede sfeer. Het is er levendig. Tijd voor een praatje hier en daar. Steeds weer andere marktbezoekers. Jong, oud, student of ouder met kind. Ik word er vrolijk van. Precies 8 weken later spreid ik mijn boodschappen uit op de tafel. Het is me gelukt! Etenswaren zonder plastic, voor een betaalbare prijs. En daar word ik nog vrolijker van.

maandje markt

Het moment dat ik mijn onderzoek start om het plastic in ons huis terug te dringen… én het moment dat ik vervolgens in de supermarkt mijn boodschappen wil doen… Plastic ‘all around the place’. Je kunt het zo gek niet bedenken of het zit in plastic. Waar te beginnen? De waspoeder die ik altijd bij de Aldi koop zit ineens weer in een plastic verpakking. Dat begint al goed. Even bij neefje Lidl kijken dan. Daar blijkt een grootverpakking nog in karton verkrijgbaar. Yes! Witlof , winterpeen en mandarijnen uit de aanbieding neem ik op de route mee. De winterpeen los in de hand, de witlof in plastic folie en de mandarijnen hangend in een plastic net.

Een andere dag, begin maart, stap ik op de fiets richting de markt in het centrum van de stad. Het is nog lekker vroeg en betrekkelijk rustig. De marktkooplui warmen zich handenwrijvend bij hun straalkacheltjes op. Mijn doel: kruiden kopen. Loop eerst eens over de hele markt. Kijk.., luister.., ruik.., voel.., proef.., hmmm.., wat is dit een fijn begin van de dag. Een feestje voor de zintuigen. Ik besluit ter plekke een maandje naar de markt te gaan, kijken hoe ver ik kom. Kan ik mijn boodschappen hier kopen zonder plastic verpakkingen? Is de markt goedkoper dan de supermarkt? Hoeveel tijd kost me dit? ‘Mijn’ supermarkt zit letterlijk om de hoek. Alles in de kar, op rolletjes naar huis, uitladen, karretje weer terug en klaar is kees. Welke moeite moet ik doen voor de dagelijkse boodschappen? Is het vol te houden en ook hier: blijft het leuk en betaalbaar? En hoe zit het met de kwaliteit? Is een koopje op de markt ook echt een koopje of blijkt het duurkoop? Dat je van de 10 mandarijnen er gelijk 3 in de biobak kunt kieperen? Dit moet in de loop van de tijd blijken. Los daarvan, met mandarijnen van de supermarkt gebeurt me dit ook weleens. En wat als het pijpenstelen regent? Stap ik dan ook op de fiets of ga ik overstag voor de winkelkar om de hoek? Veel vragen waarvan ik benieuwd ben naar de uitkomst.

Deze eerste keer kost het me in het totaal een half uurtje inclusief het fietsen. Gelijk dus ook even wat lichaamsbeweging meegenomen. En frisse lucht. De kruidenkraam is een ware kleur- en geursensatie. Mijn ogen en neus doen zich verlekkerd tegoed aan al dat lekkers en mijn haast smelt als sneeuw voor de zon. De kruiden gaan in een ouderwetse papieren puntzak waarop met pen de inhoud wordt gekrabbeld. Ik kan zelfs, als de kruiden op zijn, de lege zak in latere instantie weer opnieuw laten vullen. De kruidenjuwelier denkt graag met me mee. Verderop verleidt de markt me tot het kopen van verse eieren in een doosje plus mandarijnen en citroenen die elk kant en klaar in een plastic tasje zitten. Dat dan weer wel. Verkenning van de markt zullen we maar zeggen. Ik zie mogelijkheden.

een tandje lager

Een ander ding is tandenpoetsen. De allereerste keer dat ik naar een mondhygiëniste ga vertelt ze mij dat ook zonder tandpasta het prima poetsen is en wel het liefst met een zachte tandenborstel. Ik vind het echter wel lekker fris ruiken die tandpasta. En hoe zit het eigenlijk met fluor? Kan ik deze plastic tube ook verwijderen van de plank? Ik vind een recept op internet voor eigengemaakte tandpasta (goeie kokosolie, baking soda, keltisch zeezout en pepermuntolie). Het is wel echt even wennen wat betreft smaak en substantie, maar mijn gebit voelt na tijd schoon en glad. Ik lees echter tegenstrijdige berichten over het schurende effect van baking soda en besluit dit af en toe te gebruiken tot dat ik de mening van mijn tandarts en mondhygiëniste hierover gehoord heb. Wat ik in mijn zoektocht naar goede mondhygiëne verder tegenkom is oilpulling. Een stevig kwartier ’s ochtends je mond spoelen met een eetlepel olie, uitspugen (afvalbak), naspoelen met zout water en je tanden poetsen. Omdat ik toch in de experimenteer- en probeerstand sta, doe ik dit nu een week of twee. Het ritueel valt me reuze mee en ondertussen smeer ik mijn broodjes, zet thee etc. De tandaanslag is iets verminderd en mijn gebit voelt glad aan. Als bij het eerstvolgende bezoek mijn mondhygiëniste werkeloos in mijn mond gaat staren, weet ik dat het daadwerkelijk bijdraagt aan een schoner gebit. Los daarvan weet ik nu al dat ik dit voor mij niet elke dag haalbare kaart is, want het valt niet echt een sociaal gebeuren te noemen. Wordt vervolgd.

En zo gebruik ik zomaar ongemerkt voor het dagelijks gebruik een stuk minder onnodig plastic in de badkamer en het toilet. Ik ben nog op zoek naar een tandenborstel van bamboe die ook lief is voor mijn portemonnee. Zoals gezegd, het moet leuk en betaalbaar blijven. Op naar het volgende vertrek.

meer met minder

Ik ben inmiddels zo’n vier maanden bezig met uitzoeken hoe ik mijn plasticverbruik kan verminderen. En doe tijdens Plastic Free July hier verslag van. Al lezend en onderzoekend kom ik steeds meer zaken tegen die verder reiken dan dat. Van de vele produkten die we gebruiken kun je je afvragen of ze wel echt nodig zijn. Zo kom ik de term ‘no-poo’ tegen. Geen shampoo meer gebruiken. Door langzamerhand de shampoobeurten te verminderen en andere middelen te gebruiken om je haar te wassen (baking soda oftewel natriumcarbonaat), uiteindelijk een natuurlijke balans te herstellen waardoor je je haar af en toe alleen nog wat hoeft af te spoelen met water en/of een beetje baking soda. Ik had er nog nooit van gehoord maar vind het zeker interessant. Van ‘low-poo’ naar ‘no-poo’ zeg maar. Hoe minder je je haar wast, hoe minder snel het vet wordt.

Op mijn vraag aan de dermatoloog over een droge huid krijg ik meteen de wedervraag: hoe vaak sta je onder de douche, hoe lang en hoe warm? Het blijkt beter te zijn voor je huid om minder vaak te douchen, niet te lang, niet te heet en zonder zeep. Dat heeft ook raakvlakken met ‘no-poo’. Hm, in het verleden douchte ik toch zeker elke dag en waste mijn haar. Op een gegeven moment veranderde ik deze gewoonte naar ongeveer één keer in de twee dagen en momenteel probeer ik om de drie dagen uit. Ook ben ik begin dit jaar begonnen met wisseldouches. Ik ben altijd erg koud en bij de minste of geringste temperatuurverandering knijpen mijn bloedvaten in handen en voeten pijnlijk samen. De Wim Hofman methode intrigeert mij, maar ik ben te laf voor een ijsbad. Dus doe ik maar gewoon de Anja van Beek methode. Douchen van warm naar een beetje kouder, dit een paar keer herhalen en tot slot eindigen met een echt koude straal. Met behulp van de ademhaling als ondersteuning (steeds op een lange uitademing naar koud overschakelen) zodat ik niet gillend onder de douche vandaan wil stappen. Ondertussen visualiseer ik dat ik lekker in de golven van de zee spring of in een koud bergmeer zwem. Wat ik merk is dat koud steeds meer het nieuwe warm wordt en dat het steeds behaaglijker voelt om koud te douchen. Wat mijn huid betreft: een stuk minder droog. Voor een conclusie m.b.t. mijn bloedvaten is het nog te vroeg. Voor mijn mentale conditie is het elke keer een oppepper en een oefening om grenzen te verleggen. Ik snap die Wim wel.

Hoe meer ik smeer, of beter gezegd me aan heb laten smeren, hoe afhankelijker ik word van al die produkten. De marketing weet feilloos in te spelen op onzekerheden en biedt talloze middelen om geurtjes, kleurtjes en scheurtjes te verhullen. Ik bedenk me dat we zo steeds verder van onze eigen natuur vandaan komen te staan door deel te nemen aan dit soort van gemaskerd bal. Met alle problemen van dien. Back to the basics is een stuk eenvoudiger en brengt rust in de tent. Een interessante bijvangst van mijn uitgangspunt om te onderzoeken of ik met minder plastic toe kan. Stapje voor stapje.

gebeurd met de geur

Deodorant. Wat te doen met deodorant? Ik denk de ideale vervanger gevonden te hebben voor frisse en ademende oksels: een blokje aluin. Verpakt in een kartonnetje, goedkoop, reukloos, geen vlekken. Ik moet er wel even aan wennen, maar het resultaat mag er wezen… Totdat ik iemand spreek, die mij uitgebreid vertelt over het gevaar van aluminiumwetens in deodorants. De woorden dementie, kanker, hormoonverstoring en onderzoek vallen en hij wijst mij erop dat een blokje aluin puur aluminium is. Ik krijg ter plekke even een Anton Dingeman-momentje (Pieter Geenen/Trouw):

Wat is nog goed en wat niet? Een collega van mij vertelt dat ze nooit deodorant gebruikt. Op dat moment, helemaal klaar met de rotzooi die in verzorgingsprodukten gestopt wordt met mogelijke effecten op de gezondheid, besluit ik het ook maar te proberen. Geen deodorant meer. Ik ben tenslotte niet iemand die overmatig transpireert. Alleen op een aantal spannende dagen gebruik ik in het begin toch nog mijn blokje aluin. En verrassend genoeg gaat het eigenlijk best goed. Meer dan goed zelfs. Heb ik me al die jaren die deo gewoon aan laten praten? En is het misschien wel veel gezonder en natuurlijker om de poriën niet dicht te smeren of te spuiten? De afgelopen maand heb ik niet één keer ook maar iets onder mijn oksels gebruikt. Tijdens een warm moment doe ik wat vloeibare zeep op een nat w.c. papiertje, kleddertje onder de armen, even laten drogen, weer fris en fruitig. Nu is het momenteel zomer en makkelijk om te doen. Ik ben benieuwd hoe dit in de winter gaat en of ik de deodorant definitief aan de kant zet. De DIY deodorants lokken mij niet echt aan. Of te irriterend voor de huid, of te vettig zodat er vlekken in de kleding kunnen komen. Bij Lush (alweer) zijn er verpakkingsvrije deodorants op natuurlijke basis verkrijgbaar. Hier ligt nog een kans voor dagen waarop ik toch graag wat wil gebruiken (het lijkt wel een verslaving). De plastic sticks en de aluminium spuitbussen komen er wat mij betreft in ieder geval niet meer in. De aluin gebruik ik alleen nog waarvoor ik het oorspronkelijk gekocht heb: als beitsmiddel om wol te verven.

stick to the plan(k)

Wat staat er nog meer op de plank? Van glas met plastic deksel: een potje anti-rimpel dagcrème (nee, het helpt niet en ja, het voelt wel fijn). Van plastic: een fles shampoo, een fles conditioner en een fles bodymilk. Een bezoekje aan Lush (begin mei) brengt uitkomst. Elk produkt blijkt vervangbaar door een zogeheten bar en in het laatste geval een stick.

€14,95 €9,50 €9,95 €9,95

De produkten zijn niet echt goedkoop te noemen. Ik besluit ze mee te nemen en te onderzoeken hoe lang ik er mee doe. De fles shampoo was het eerst leeg en ik ben erg benieuwd naar de shampoo bar. Een aai over de bol (ik heb kort haar) met de bar en het schuimt als een dolle. Ik ben verrast. Bij lang haar, dan voldoet een streep of 6/7 aldus dochter. Het ruikt lekker, en het is een eerlijk produkt. Check. Vanaf 19 juni in gebruik. De vervanger van de dagcrème is een op jojoba-olie gebaseerd produkt. Als een indiaan in strepen over het gezicht strijken en een beetje uitvegen. Heerlijk zacht, lekkere geur, ik ben tevreden. Check. De fles conditioner is nog niet leeg, en de voorraad (ja,ja) nog niet op. Wordt vervolgd. Hetzelfde geldt voor de bodymilk. Dochter gebruikt de stick voor de ruwe handen en ik, toch nieuwsgierig, smeer mijn benen er mee in. Het is een stick op basis van cacaoboter, je hoeft er niet veel van te gebruiken en trekt vrij snel in de huid. In gebruik sinds 5 mei. Check.

Gezien in Lush: Op naar de ultieme badkamerplank

DIY: schaven, koken, vullen

Als ik geen navulflessen vloeibare handzeep meer wil kopen, wat is dan het alternatief? Een zeepje op de wastafel geeft zo’n smurrie. Ik ben wel verknocht aan het pompje, want hygiënisch, handig in gebruik. En dus struin ik het internet af naar recepten voor vloeibare zeep. Die zijn er in ruime mate te vinden. Ik schaaf een zeepje die ik nog heb, strooi dit in het kokende water en roer af en toe in het heerlijk ruikende sopje. Verhouding: 40 gram in 1 liter water. Af laten koelen en, even geduld a.u.b., na een uurtje of 8 in het pompje gieten. Het is te eenvoudig voor woorden.

Wat ik merk is dat ik nog zoekende ben naar de juiste verhoudingen. De zeep is nog te vloeibaar waardoor het iets te enthousiast de wereld in sproeit. Als het na 8 uur nog niet dik genoeg is, laat ik het geheel nog wat koken in een pan zonder deksel zodat het wat kan indikken. De ruimte wordt gevuld met een heerlijke zeeplucht. Voortaan begin ik met iets minder water 500/750 ml water op 40/50 gram zeep.

Het blijft nog een beetje experimenteren, spelen met zeepjes en water, hoe leuk kan het zijn? Het belangrijkste voor mij op dit moment is dat het werkt. Dat ook deze plastic flessen geskipt kunnen worden. De laatste navulfles die ik nog heb vul ik nu met eigengemaakte vloeibare handzeep. Wat ik daarbij nog bedenk is dat je deze vloeibare zeep natuurlijk ook prima onder de douche kunt gebruiken voor bijvoorbeeld na het sporten. Een lege fles daarvan bewaren en vullen. Twee voor de prijs van één (zeepje).

het begint met één zeepje

Wat ik doe is niet nieuw. Zo oud als de weg naar Rome zelfs. Daarbij zijn er ontzettend veel initiatieven om te werken aan een wereld waar de mens en de natuur voorop staan. Door mijn leven heen heb ik steeds geprobeerd zoveel mogelijk materiaal opnieuw te gebruiken. Geen wereldschokkende dingen. Ik bracht spulletjes naar de kleuterschool, waarvan de prachtigste creaties gemaakt werden. Nam zelf extra plastic tassen in mijn rugzak mee. Heb een zolder vol materiaal waar van alles mee valt te creëren. Maar hoewel ik zelf creatief ben, is er tegen al dat plastic wat binnenkomt niet op te werken. En belandt er ook veel in de vuilcontainer. Het staat me steeds meer tegen. Ik wil het niet meer. Vooral het plastic wat onnodig in het dagelijks leven is binnengeslopen… Ik besluit er mee te stoppen. Te beginnen in de badkamer. Mijn voorwaarde is wel dat het leuk moet zijn en betaalbaar. Want ik wil het wel vol kunnen houden.

En zo begin ik met een zeepje. Een leuke, zelfgemaakte, op een markt gekocht. Daar kan ik van genieten en het werkt prima. Ik kijk al weer uit naar een leuk nieuw zeepje. Yes, dat is één plastic fles minder. Wat nou als heel veel mensen hiermee beginnen? Dat scheelt dan een heleboel plastic flessen. Ik heb zomaar het idee dat we zo samen het verschil kunnen maken. Het hangt in de lucht. Veel mensen weten wel dat het anders moet, maar waar te beginnen? Dat één zeepje al een verschil kan maken is hoopgevend. Je kunt het zo goedkoop en duur maken als je zelf wilt. Wat mijzelf betreft: ik maak eerst de zeepjes op, die ik nog in huis heb. Daarna wil ik me gaan verdiepen in zeepjes op natuurlijke basis. Want dat is natuurlijk ook nog wel een dingetje. Geen rotzooi meer op en daarmee ook in mijn lijf. Lief voor mijn lijf, lief voor de natuur.

Plastic Free July, alles is er al

Plastic Free July is begonnen, voor de zevende keer op rij. Een wereldwijde manifestatie die elk jaar groeiende is: https://www.plasticsoupfoundation.org/2018/07/zevende-jaargang-plastic-free-july/ Hier kun je tips vinden en zelf de uitdaging aangaan je plastic verbruik te verminderen.

Ik herinner me de oude afvalemmer nog die bij ons achter het huis stond tot rond 1984. Dat is ongeveer 35 jaar geleden. Na de afvalemmer kwamen de vuilniszakken en na de vuilniszakken de afvalcontainers en zo meer. Wat mij intrigeert is dat het eigenlijk helemaal nog niet zo verschrikkelijk lang geleden is dat één afvalemmer per week afdoende was. Ongeveer één gevulde vuilniszak. Dat geeft te denken.

Ik onderzoek hoe het is om een maand lang niets te kopen. Zolang ik niet naar een winkel ga (behalve dan voor levensmiddelen) is er niets aan de hand. Kom ik in een winkel of loop ik door de Kringloopwinkel dan wordt het een stuk lastiger. Ik merk hoe snel ik toch iets mee wil nemen omdat het leuk is, handig of goedkoop. Maar ik houd me aan mijn afspraak. Deze maand niets kopen. In de Kunsthal in Rotterdam loop ik na mijn bezoek door de museumwinkel. Uit elk museum neem ik meestal een paar mooie kunstkaarten mee. Ik weersta de verleiding. Waar ik naderhand toch stiekem een beetje spijt van heb. Wat ik ook tegenkom: verjaardagen. Oeps, hoe doe ik dat? Voor mezelf niets kopen, oké, maar om nou met lege handen op een verjaardag aan te komen? Het doen met wat ik heb. Ik vind nog leuke dingen onder eigen dak die ik al gekocht had en waar ik zelf niets meer mee doe. Een bonnetje of geld geven kan natuurlijk ook. Of zelf iets maken. Dat laatste moet ik echt even plannen, want om iets leuks te maken dat kost even tijd. Zo maak ik van een tapijtkoker een attribuut waar alle opladers in/aan kunnen hangen. Ik hoef er de deur niet voor uit. Het kost me 4 uren om dit te maken en beleef er erg veel plezier aan. Kaarsen, een shawl…. Tijd en aandacht voor de persoon in kwestie. Mindfulness optima forma.

‘Trouble in Paradise’ Collectie Rattan Chadha gezien in Kunsthal te R’dam

Als de maand om is, merk ik dat ik helemaal niet zo veel zin meer heb om spullen te kopen. Waar het kan, probeer ik het te doen met dat wat er al geproduceerd is, te vinden bij De Kringloopwinkel of tussen ‘afvalmateriaal’. Als ik de opdracht krijg een bruggetje te versieren voor een bruiloft vind ik in huis nog wat schuimfolie. Dit is regenbestendig, plooibaar en zeer decoratief. Maar niet genoeg voor een bruggetje van 7 meter, dus ga ik een aantal winkels bij langs om te vragen of zij hier nog restanten van hebben die ze weggooien. Het winkelpersoneel is zeer welwillend, maar bij de meeste winkels hebben ze alleen doorzichtig plastic. Uiteindelijk vind ik het schuimfolie. Harten, rozen, ballonnen en touw betrek ik bij de Kringloop. Voor een roze accent heb ik zelf nog een oud plastic tafelkleed en ik kan aan de slag. Blij met het resultaat: harten voor het bruidspaar met hart voor de natuur.

transitie

Het doen met wat er is, het doen met wat ik heb. Het woord ‘transitie’ reist sinds een maand of vijf met me mee. Transitie, overgang. Ik bevind mezelf in een overgangsfase, van jong naar oud. Een soort omgekeerde puber zeg maar. Maar dan één met 40 jaar ervaring. En als ik zo om me heen kijk, lijkt het wel of de hele wereld in de overgang is. Schommelingen, extreme stemmingen, oververhitting… In de chaos wordt een nieuwe balans gezocht, maar dat gaat niet zonder slag of stoot.

Persoonlijk word ik geraakt door het afvalprobleem. Overal waar ik loop of fiets zie ik afval op de straat, in de bermen, de bosjes. Het fantastische festival waar ik laatst was, met als schokkend einde een zee van plastic, waardoor ik me een weg naar de uitgang baan. Twee seconden plastic. En ik denk aan de stranden die vol liggen met plastics die bijna niet op te ruimen zijn. Aangespoeld met het water. Het water uit de zeeën, de oceanen. De longen van onze wereld om zo maar te zeggen. Een soort van gemeenschappelijk orgaan waardoor jij en ik kunnen ademhalen.

Ik krijg ineens het beeld van Harry Potter die op zoek is naar de Gruzielementen. Eén daarvan is de beker van Huffelpuf. Deze bevindt zich in de kluis van Bellatrix van Detta en wordt beschermd door de Woekervloek: Alles wat aangeraakt wordt vermenigvuldigt zich. Als Harry de beker grijpt, slibt de kluis in no-time dicht en kan hij samen met zijn vrienden ternauwernood ontsnappen. Wat nou als onze wereld dichtslibt?

Een antwoord heb ik niet, een oplossing evenmin. Ik lees het boek ‘Hoe je Stopt met Plastic’ van Will McCallum (dun en duidelijk) en het boek ‘The Story of Stuff’ van Annie Leonard (dik en schokkend). In het laatste boek lees ik over goud en ik herlees het wel drie keer om te checken of ik het nou goed begrijp, ‘goud begriep’ zeggen ze in het Gronings. Het dringt tot me door, dat voor het winnen van goud voor één gouden ring 20 tot 60 ton zwaargiftig afval geproduceerd wordt. En ik vraag me af, hoe we überhaupt nog steeds leven op deze wereld.

Het goede nieuws is dat beide boeken alternatieven beschrijven voor zowel producenten als consumenten. De consument dat ben ik. En ik besluit mijn persoonlijk onderzoek te starten. Hoe kan ik bijdragen aan het verkleinen van de afvalberg? Kan ik zonder spullen? Kan ik zonder plastic? En hoe doe ik dat dan? Kan ik dat sowieso volhouden? Kan ik nog genieten? Het moet wel leuk blijven. En betaalbaar. De komende maand is het Plastic Free July. Transitie. Dat gaat niet van de één op de andere dag. Ook niet van de ene op de andere maand. Dat gaat stapje voor stapje. En van het één komt het ander. Daar over meer.